Zomaar mijn (verjaar)dag

54 kaarsjes en zelf de slingers ophangen. Dat was het thema van vandaag. Ik heb het afgelopen jaar soms al in de veronderstelling geleefd dat ik al 54 was, dus tel uit je winst.
In je uppie in een vreemd land feest vieren, hoe doe je dat? Ik had geen idee, maar ik besloot mijzelf op een mooi tochtje te trakteren. Dus na een sober ontbijt, ik zou onderweg wel ergens stoppen voor een feestmaal op een feestlocatie, bus ingepakt en een  stukje richting het noorden gereden.  Op naar Havstenssund. Waar, volgens het kaartje  ” A wonderful archipelago walk to the bathing bay”  te vinden zou zijn.
Na een opwarmende wandeling langs de inmiddels al bijna “gewoon” geworden Zweedse huizen, kwam ik aan bij het water en kreeg ik het ene na het andere pittoreske plaatje voorgeschoteld. Mooie vergezichten, wolken, rotspartijen, kraakhelder water, rode kwallen, rode huisjes, en een houten loopbrug langs het water richting een kleine jachthaven. Deze was, op een enkele Zweed na, uitgestorven, dus de feestelijke kop koffie ging niet door, maar he, who cares?
Ik had de smaak te pakken en besloot door te rijden naar het Tjurpannan naturreservat.
Een kaartje met wandelroutes uit een houten kastje gevist en voor de rode route gekozen omdat deze langs de kust zou gaan. Het bleek een juiste keuze. Van een waarschuwingsbord, overigens geheel in het Zweeds, maakte ik op dat er grote grazers rondliepen, en er stonden twee telefoonnummers op van ene Hans en Markus. Toch maar even een foto van gemaakt. Ik hou van de natuur maar ik kom liever niet oog in oog met een grote grazer die net zijn dag niet heeft. Automatisch versnelde ik mijn pas. Het zou een snel rondje worden.
Het vlakke heidelandschap veranderde al snel in rotsgebied, en de oranje gekleurde paaltjes leken ineens sterk op de rode. Opletten dus.
Een klein addertje kronkelde het smalle pad over, blij verrast en toch ook een  beetje angstig probeerde ik hem met mijn ogen te volgen, maar hij kronkelde over de lage begroeiing heen en weg was hij.  Snel door, want wie weet lag zijn ouderlijke addergebroed al naar mij te loeren. Vanaf nu dus echt alleen op de paadjes lopen. En ik was blij met mijn lange broek en wandelschoenen.
Met nog geen zicht op het volgende rode paaltje, ging het pad over in grote keien,  dus maar stug, een  soort van “rechtdoor” gelopen en geklauterd en een lichte stress kwam even om de hoek kijken. Moest ik teruggaan, nu het nog kon? Nee, geen denken aan, de zee was in de verte te zien, die trok als vanouds.
Het bleek een gouden zet, geen adders meer gezien, maar de vergezichten logen er niet om.
Een zeeuwmeeuw cirkelde over mij heen en ABBA plopte op:

And I dream I’m an eagle
And I dream I can spread my wings

Flyin’ high, high, I’m a bird in the sky
I’m an eagle that rides on the breeze
High, high, what a feeling to fly
Over mountains and forests and seas
And to go anywhere that I please

Met of zonder rode paaltjes. Ik zou die uitgang wel vinden. En inderdaad, zo’ n anderhalf uur later kwam ik weer terug op de parkeerplaats, waar het busje deed wat hij moest doen, starten, lopen.
Doorgereden naar Tanumshede, dat bekend staat om o.a. prehistorische wandtekeningen.
Ter plaatse via de VVV  een camping gevonden, de eigenaar deed mij aan Mork van Mork en Mindy denken. Vriendelijk lachend.
Plek uitgezocht in een hoek, zoveel mogelijk uit de wind. En helemaal geïnstalleerd kom ik erachter dat je nooit recencies moet lezen, nadat je geïnstalleerd bent. Mork blijkt in sommige recencies meer iets te hebben van een Hork…Dat had de plaatselijke VVV mij nou weer niet verteld. In het donker naar de wc lopen zie ik “ineens” niet meer zo zitten vanacht (held), dus rest van de avond maar niets meer gedronken. Ik hou het wel op en wacht tot de zon weer opkomt.
Gek hoe gedachten en fantasieën met je aan de haal kunnen gaan, in de streek  van Camilla Läckberg. Het is in ieder geval een verjaardag die ik niet snel zal vergeten. Godnatt!

Km vreter

“Wat een avontuur! “, dat was over het algemeen de reactie die ik kreeg als men hoorde dat ik met het busje in mijn uppie naar Zweden ging.
Of ik het niet spannend vond? Wat als er iets gebeurt? Tja, geen idee, dat zien we dan wel weer. Ik vraag mij liever af,  Wat als het goed gaat? Ik ben linksom of rechtsom over 2 weken zowieso weer een paar ervaringen rijker. Heerlijk even uit je comfortzone, in een vreemde omgeving en gaan.
Zuslief en zwager wonen nu al een paar jaar in Zweden, en ik ken hun stek alleen maar van horen zeggen of van foto’s. Tijd om zelf eens een kijkje te gaan nemen. Dag voor vertrek kleurde de coronakaart groen, dus geen excuses meer.
Al was het in de laatste week nog even spannend of de bus op tijd klaar zou zijn na een reparatie/ vervanging van o.a de achterremmen. Niet echt onbelangrijk, dus kon niet worden uitgesteld. Het bestelde onderdeel was op tijd binnen en de  vrijdag voor vertrek stond ie met een kleine  495.000 km op de teller weer startklaar.
Op naar Kiel, vanaf waar de nachtboot  mij naar Goeteborg zou brengen. Om vervolgens de volgende dag uitgerust weer aan wal te gaan voor de laatste km’ s naar Munkfors.
Volgens de ANWB zou de rit vanaf Apeldoorn zo’ n 5  uur in beslag nemen. Voor de zekerheid toch maar lekker op tijd vertrokken, je weet maar nooit. Om 8.30 reed ik weg.
Dus ja, spannend, dat was het aan de ene kant wel, zeker de eerste km’s. Als je niet oppast hoor je overal nieuwe geluiden. Ach, het moet toch heel gek lopen als ik die boot niet haal,  tot 17.15 kon je inchecken, moet lukken. Muziek aan, route op je scherm, en gaan.
Eenmaal de grens over, had ik geen bereik meer en lukte het niet om Google maps  op mijn scherm  te krijgen, dus overgestapt op een oude routekaart die ik van mijn andere zus had meegekregen, onder het mom, ” Je weet maar nooit”. Geeft wel een soort van een “old fashioned” vakantiegevoel, passend bij de bus.
De klok tikte rustig door, en de bus deed lange tijd wat hij moest doen, niets aan het handje.
Het bleek echter drukker dan verwacht en de wegwerkzaamheden in Duitsland zorgde voor veel vertraging.
In de omgeving van Hamburg aangekomen, werd het verkeer richting tunnel gedirigeerd. Invoegend verkeer probeerde een plek te veroveren. Geen vluchtstrook. Het was een beetje krap en inmiddels reden we stapvoets.  Ach, dit zou waarschijnlijk het laatste oponthoud zijn.
Een harde waarschuwingspiep, en een lampje in het dashboard lichtte uit het niets op. OMG. Niet nu. Niet nu het einde in zicht is, maar de tijd toch ook wel  begint te dringen. Met Hamburg al in zicht, de bus vlak voor het eind van de korte invoegstrook, en nog voor ik de tunnel in zou gaan, aan de kant gezet. Strak tegen de vangrail. Gevarendriehoek op de weg, en met het knipperlicht aan, was ik toch wel heel blij dat men  stapvoets reed. Daar sta je dan, met je avontuurlijke insteek. Het begon gezellig te regenen en ik zag mijzelf in gedachten al een boot missen. Het zal toch niet..
Nee, tuurlijk niet, dat niet! Mag gewoon niet!             Het boek van de bus gaf aan dat er iets met de remmen moest zijn en dat je ” Direct naar een garage moest” . Hoe dan, die waren gerepareerd! 24 uurservice van Aveco gebeld. Een vriendelijke vrouw uitgelegd wat het probleem was en gezegd dat de remmen net (deels) waren vervangen. Bij navraag bleek dat ik er mee door kon rijden, zou iets met een verkeerde instelling van een sensor zijn, omdat ik totaal geen problemen had gehad tijdens de rit. Pffff, hoe blij kan je zijn. Snel de boel weer ingepakt en dooooor.                                                                                        16.15 uur, een uur voor de uiterste inchecktijd, reed ik de boot op. Wat een feest. Deel 1 zit erop, avontuur? Ja! Maar  kan niet wachten op de rest.

Zomaar mijn dag

Strak 9 uur zat ik bij de kapper. Dag daarvoor dacht ik nog, waarom eigenlijk, het zit net lekker, ok, die pony, die mag getemd, maar voor de rest, lekker laten waaien.
Toch maar gegaan, het was nu echt te laat om af te bellen en heb  het dus maar een ietsepietsie laten bijwerken. We waren het er lachend over eens, niets meer aan doen. De knipbeurt van de pony was gratis, het gezellige gesprek ook en de koffie was hemels.

Zo maar EEN dag.

Doorgefietst naar de Paleisparken, wandelafspraak ging helaas niet door, toch maar rondje gelopen, ik was er nu toch. En  uit het niets klonk daar ineens Paul de Leeuw in mijn oor:

“S Morgens word ik wakker
Met zo’n onbestemd gevoel
Dan denk ik ach wat kan ’t me schelen
Ik laat de boel gewoon de boel
Neem een doucheje, strijk een bloesje, en ik hijs me in m’n broek
En ik ga zomaar een middag bij m’n neefjes op bezoek
Zomaar een dag
Waarin ik zelf alles mag
Zomaar een dag
Zomaar een dag
En wat er ook gebeurt ik lach
En al giet het pijpenstelen
Moet ik al mijn dekens delen
Of ze zeggen met zovelen dat ik nooit meer zingen mag
Het kan me nu niet schelen
Wat het is zomaar mijn dag!

De bomen in het paleispark waren op hun groenst. De natuur was echt ontploft. De grote dikke, brede bomen vind ik het mooist. “Ineens”  zag ik een link met de mensen om mij heen. Niet dat die dik zijn, maar de takken van die grote bomen staan voor mij symbool voor de vele soorten  vriendschappen die ik om mij heen ervaar.
Vriendschappen, die ooit begonnen als dunne twijgen, waarvan je niet wist of ze zouden blijven bestaan, zijn nu dikke  stevige takken, waarvan inmiddels gebleken is, dat je er al je lief en leed aan op kan hangen, die meezwiepen met de storm en toch steeds weer in hun oude vorm terugschieten. Zonder oordeel. Sommigen op afstand, soms uit onverwachte hoek, en anderen altijd dichtbij.

Al mijmerend liep ik door, Paul de Leeuw zong vrolijk verder en ik, ik zong in gedachten lekker mee:

Of ze zeggen met zovelen dat ik nooit meer zingen mag
Het kan me nu niet schelen
Wat het is zomaar mijn dag!

De lucht betrok, dat stukje  van ” En al giet het pijpenstelen” , zou zomaar wel eens uit kunnen komen. Kon ik het gelijk in de praktijk brengen. Ondertussen kwam ik de nodige andere wandelaars tegen. Is het je weleens opgevallen hoeveel manieren er zijn om elkaar te begroeten? Een stijfjes  “goededag” , een lang en opgewekt “daa-aa-aaag!” , een simpel “hoi”, of alleen een  instemmend knikje, of het totaal negeren, toch ook een soort van begroeting.

Zomaar EEN dag.

Op weg naar huis, wat van die goddelijke bonbons van Maassen, en een paar  “IJskadobollen” van van Swoll gehaald. Rondje naar mijn oude buurtjes stond vandaag ook op mijn to-do-lijstje.                      Vervolgens de presentjes afgeleverd, wat resulteerde in blije gezichten, in een goed gesprek aan de keukentafel en in de tuin en later die dag apps van hen die er niet waren. Een actie waar je zo de hele dag plezier van hebt. Bij thuiskomst  een afspeellijst van Paul de Leeuw gedownload. Smaakte naar meer. Langleve Spotify!

Zomaar EEN dag.

Daarna naar Leusden doorgereden voor een bezoekje aan mijn ouders. Ze beginnen te kraken en te piepen, het leven valt soms echt niet mee, maar ze redden het nog saam, met de nodige hulptroepen om hen heen. Gekookt, samen gegeten en maar weer eens wat oude foto boeken doorgebladerd. Dierbaar om dit te kunnen doen, je ziet en voelt de ontspanning ontstaan, ziet ze even wegdromen in die goede oude tijd, met sprankels in de ogen i.p.v. twijfel, vermoeidheid en onzekerheid en toen ik wegreed klonk Paul de Leeuw weer in mijn oor, deze keer met een vertolking van  ” Une belle histoire“, samen met Alderliefste.

“En wat ben ik blij dat ik je zo graag zie
Jij hebt kleur aan mijn dag gegeven”

Zomaar MIJN dag!

Als je haar maar goed zit

Help! Mijn kapster stopt ermee, ruim 20 jaar was ik vaste klant. En nu moest ik dus op zoek naar een nieuwe, die snapt wat ik bedoel als ik zeg ” Doe maar een lekkere rommelkop”. Oftewel, een losse coupe, goed geknipt, dat wel graag, maar vooral niet te deftig, na het wassen wat schuim erin, hoofd ondersteboven, föhn erop, beetje wax erin en klaar. Dat dus. En als het even kan, nog net lang genoeg om het achter op het hoofd vast te kunnen zetten, want ik heb graag een escape bij een “bad hairday”. Bijvoorbeeld in deze tijden van corona, waarbij mijn laatste knipbeurt, zo bleek, op 27 februari! jl. is geweest. Dat is drie maanden geleden! Geen overbodige luxe om op zoek te gaan dus.

Mijn eerste levendige herinnering aan een kapper, is die van een herenkapper in Amersfoort. Knipbeurten die hieraan vooraf zijn gegaan, kan ik mij niet herinneren, blijkbaar was ik tevreden met het resultaat. Hoe ik in Amersfoort terecht ben gekomen? Ik heb geen idee, maar ik vermoed dat het iets met de prijs te maken heeft gehad. Ook voor de tandarts gingen we als gezin jarenlang naar Amersfoort, in mijn beleving was dat destijds een tandenheks van een jaar of 70, die waarschijnlijk in het echt mijn huidige leeftijd zal hebben gehad, maar dat terzijde, dat is weer een heel ander verhaal. Misschien had je in Leusden toen nog niet zoveel keuze op dat gebied.

Model bloempot, iets anders kende de herenkapper niet. Ik besloot het te laten groeien, en eenmaal op de juiste lengte, zou mijn moeder mijn dunne steile haren veranderen in een weelderige bos met krullen door het zetten van een thuispermanent. Bij volwassen vrouwen destijds heel populair. Iedereen kon dat, appeltje eitje. Enige nadeel was dat het enorm stonk, maar daar kon ik wel mee leven. De voorgeschreven inwerktijd werd iets verlengd, want dan had ik er lekker lang plezier van. Nou, me dunkt… Nog net niet huilend van ellende fietste ik de volgende dag in volle sprint naar Amersfoort, met de opdracht ” Zo kort mogelijk graag!”. Voor nog geen tien gulden werd mijn kapsel bijna gemilimeterd. Het hele permanent er weer uit, alles beter dan een bos nepkrullen waarbij je de afdruk van de wikkels nog zag zitten, nadat ze er al lang en breed uit waren. Van de fietstocht terug naar Leusden kan ik mij niets herinneren, het verbaasde gezicht van mijn moeder des te meer.

Het zelf blonderen kwam in de mode, “Sprayblond” beloofde je mooie blonde lokken, kwestie van even sprayen, föhn erop “Et voila!”. Dus ik ging voor pittig kort blond. Wit werd mijn haar en de huid van mijn handen ook. Dit goedje was zo chemisch dat het een reactie gaf met mijn zweetdruppels tijdens het volleyballen, waardoor mijn haar een groene gloed kreeg.

Mijn eerste bezoek aan een echte kapperszaak was bij Ad Peters. Als sponsor van ons volleybalteam, kreeg ik eindelijk de door mij zo gewenste bos met krullen en een nieuwe, gezonde kleur, wat een verwennerij.

Maar aan al het goede komt een eind, deze sponsoring hield op waardoor ik mijn haar maar weer zelf ging kleuren en de krullen er in fase’ s uit liet knippen. Henna was destijds hot, en door het te mengen met koffiedik, zou de kleur intenser zijn. Ook dat heb ik geweten. Op rondreis door Indonesie, moest ik vanwege mijn lengte vaak met mensen op de foto, en werd mij door een klein mannetje doodleuk verteld dat ik op een orang- oetang leek. Afgaande op mijn haar kleur destijds en de lengte van mijn armen, snap ik deze vergelijking achteraf ook wel. Ik bedenk mij nu dat een foto van mij misschien wel ergens in een plakboek zit met “orang-oetang” als onderschrift.

Op zoek naar een nieuwe kapper, bleek dat er op afstand van nog geen 500 meter, tientallen kapperszaken te vinden zijn. Op gevoel een keuze gemaakt en de eerste afspraak staat. Ik ben benieuwd wat ze mij gaan adviseren, pittig kort, een Bob of toch in lagen, krullen, of wie weet, aan 1 kant opgeschoren, we gaan het zien. Wat ik wel weet is dat ik ze zeker niet zomaar de vrije hand ga geven, ik heb genoeg geëxperimenteerd met mijn haar, aan mijn hoofd geen polonaise meer.

De Stelvio

“Hoe sterk is de eenzame fietser die kromgebogen, over zijn stuur tegen de wind, zichzelf een weg baant……” 

Tijdens de achtenveertig! haarspeldbochten op de Stelvio heb je alle tijd om over het antwoord op die vraag van Boudewijn de Groot na te denken. Ruim drie en een half uur in mijn geval. En dan heb ik het nog niet over de terugweg, want via Zwitserland richting onze camping kwam daar nog een kleine twee uur bij op. Eenzaam? Geen moment. Sterk? Ja, iedereen die ik vandaag die berg heb op (en af) zien gaan, straalde kracht uit. Een gevoel van, “Ik weet dat het niet makkelijk wordt, maar het zal mij lukken!”

Auto’ s met dagjesmensen, auto’ s met snelheidsduivels, motoren met teveel PK’s en teveel testosteron in de bestuurders om zich veilig langs die omhoog kruipende fietsers te manouvreren. Een held op rollerskies, en een ploeg van Lotto Soudal compleet met volgauto’ s. Genoeg te zien dus.Tijdens een pauze in een van de bochten, keek ik over het stenen muurtje naar beneden en stond oog in oog met een reuze bergmarmot. Make my day.

Na verloop van tijd heb je dan eindelijk de drie eerste haarspeldbochten gehad en na lange tijd doemt daar “ineens” het beeld op dat je herkent van je speurtocht op Google naar informatie over en beeldmateriaal van de Stelvio.

Even zakt de moed je in de schoenen, want op de weg staat met verf geschreven dat je nog zeven kilometers te gaan hebt, en dat met nog zo’n kleine twintig haarspeldbochten in het verschiet…

Maar daar klinkt spontaan het ” Alles komt terecht, we zijn er nog niet, maar we zijn onderweg” van De Dijk in mijn hoofd. Tijd om nog eens goed op de fiets te gaan zitten en vooral te blijven genieten van het prachtige decor waarin ik mij begeef. En om, nu de vermoeidheid parten gaat spelen, vooral in de bochten voorbereid te blijven op mogelijke tegenliggers, die in hun euforie maar een ding willen, zo hard mogelijk weer naar beneden.

Het laatste stuk lalde Guus Meeuwis in mijn oor, ” Het dondert en het bliksemt en het regent meters bier, het is dus pompen of verzuipen, da’ s de enige manier. Om de juiste koers te varen met de wind in onze rug, geniet met volle teugen zulk een dag komt nooit meer terug, la la, la la la la la la…” etc. Met een smile van oor tot oor kwam ik uiteindelijk, moe maar super voldaan boven. En dat van die meters bier? Dat is helemaal goed gekomen.

Perfect day

Luik. Onderweg naar Pals, besloten we deze stad te doorkruizen in plaats van via de rondweg er om heen te rijden. Luik, een naam die je nooit hoort als het gaat over leuke tips voor een stedentrip.
De snellere weg gunt je een blik op oude fabrieksgebouwen en op elkaar gepakte huizen met door uitlaatgassen verkleurde gevels. Huizen waar men schijnbaar geen onderhoud meer aan pleegt. Vooralsnog trekt deze stad mij ook niet voor een stedentrip. Dit deel doet in ieder geval niet vermoeden dat het er verderop beter uitziet. Dus gaan we doooor, we hebben tenslotte nog wat kilometers voor de boeg.
Deze oude weg dwars door de stad is naar het schijnt, een half uur  sneller dan de “nieuwe” rondweg, maar eenmaal de stad gepasseerd,  hoop je van harte dat alle schroeven van je bus nog goed vast zaten bij vertrek.
Weer op de snelweg merken we dat onze VW bus er door een kleine klim, even wat moeite mee heeft. Met 90 km/u kunnen we even niet harder, maar, we hebben vakantie, de kip zit in de koelkast , wat kan ons gebeuren.
En zo toeven we door en is het inmiddels al weer 17.00 uur als ik dit typ. Vreemd hoe een dag autorijden toch weer bijna als vanzelf voorbij gaat. Je hebt geen keuze en schikt je gezamenlijk in hetzelfde lot, dat van twee dagen in een te warme bus kilometers maken. Per tourbeurt rijden, bijslapen in de bijrijdersstoel, of achterin zitten waar je in ieder geval je benen kan strekken. Zwetend op je badlaken besluit je je koptelefoon op te zetten en dan gaat het los. Daar waar je voorin door het geronk van de motor en het open raam de muziek niet al te best hoort, komt het geluid via je koptelefoon achterin zo’ n bus prima door. Vroeger was je blij met je walkman en een handvol bandjes, liefst de wat duurdere van maar liefst 90 minuten speeltijd. Na drie weken kon je de volgorde van de nummers  dromen. Maar nu met je mobiel en je downloads van Spotify trekt er een hele karavaan van muziekgeschiedenis aan je voorbij. Zeg nou zelf, wanneer gun je jezelf daar nu nog de tijd voor? Ik in ieder geval niet. Dus heb ik mijn eigen feestje van herkenning op de achterbank.Duidelijk gevalletje van ieder nadeel heeft zijn voordeel.
Het lukt mij vaak nog niet om de nummers in zijn geheel af te luisteren, te nieuwsgierig naar wat er nog meer in het vat zit. Of misschien ben ik toch nog net niet helemaal “zen”. En omdat ik ook geen twintig meer ben, heb ik bij veel nummers  ook wel een herinnering en ga je dus even heerlijk terug in de tijd. Sommige muziek ontroert, soms zelfs tot opwellende tranen toe, andere muziek zorgt ervoor dat je ritmisch met je hoofd en benen begint te bewegen. En zo wordt zelfs een lange warme reisdag waar je van tevoren tegenop kan zien, eigenlijk best een lekker dagje. En bij het horen van ” Perfect day”  voel je een blog opkomen. Weer een uur voorbij! Bewust van het moment mag deze dag van mij eigenlijk nog wel even duren. Vakantie begint namenlijk onderweg.
Bon vacance!

Op de camping

Mork , zie vorige blog,  bleek Pedro te heten.  Die s’ ochtends bij het gedag zeggen met een brede glimlach het schuifraampje van zijn ietwat gedateerde receptiegebouwtje openschoof.  Het deed mij terugdenken aan de tijd toen je als kind winkeltje speelde, alleen dit was toch echt voor het echhie.
Niks wees erop dat hij vaak dronken was of nijdig tegen kinderen zou kunnen doen. Misschien omdat die er niet waren, maar toch, van mij kreeg hij, bij daglicht althans, het voordeel van de twijfel.
Maar ik moet bekennen dat ik, toen het eenmaal donker was, de avond ervoor toch wel een paar keer heb gecontroleerd of de bus wel hermetisch was afgesloten. En heb ik na achten geen verjaardagsneut meer gedronken, want ik wilde er deze keer s’nachts echt niet uit.
En ik beken; heb zelfs de naam en het adres van de camping opgeschreven, mocht ik de hulptroepen s’nachts nodig hebben omdat er iemand om mijn bus zou lopen. Haha, nu lach ik er om, maar echt he?
Na het lezen van de recensies was mijn fantasie flink met mij aan de haal gegaan. Ik noem er een paar:

ratten in de huisjes en het sanitair  van de mannen
– eigenaar is een aangeschoten mafkees
– eigenaar is een zieke persoon
– verouderd en vies sanitair
–  Pablo is erg agressief en 90 % van de tijd dronken en schreeuwt tegen de kinderen als ze te vaak in de speeltuin zijn

Dat dus. Het hielp niet dat ik in mijn uppie op een verder leeg veld tegen de rand van een weiland/ bos kwam te staan. Ik dacht lekker uit de wind, maar dat viel tegen. S’nachts waaide het flink, en ondanks de piep die ik normaal in mijn oor hoor, stond mijn gehoor nu  op scherp en analyseerde ieder geluid.  En dat waren er best veel. Ik besloot met mijn hoofd onder de dekens te kruipen, mezelf toesprekend dat ik op moest houden met die ongein, ik was tenslotte al 54.  Gedraag je er dan ook naar. Het hielp en ik ben uiteindelijk rustig in slaap gevallen, al duurde het wel wat langer dan gehoopt.
Met flinke dorst maar lege blaas werd ik s’ ochtends wakker. De bus bevond zich gewoon op een campingveld in plaats van een plaatsdelict.
Zo zie je maar, die Google recensies, je moet er niet teveel waarde aan hechten. Ieder mens is anders, heeft andere verwachtingen. Je hoort vaak maar 1 kant van het verhaal. En je hebt nou eenmaal een klik of niet.                                                                                         Ratten, die heb ik gelukkig niet gezien. En ja, het sanitair, dat is echt verouderd, maar ik kon er de charme wel van inzien. Het maakt de overgang naar het naastgelegen prehistorische museum niet zo groot.
Bij het betreden van de doucheruimte doe je een stap terug in de tijd. 1 douchecabine, en 2 hokjes met een douchegordijn voor enige privacy. Het sanitair en de douchegordijnen waren (voor het oog in ieder geval)  schoon, het water was warm tot heet, en in de spiegel zag ik mijn eigen spiegelbeeld. Prima camping dus.
Bij het gedag zeggen heb ik Pedro vriendelijk bedankt voor de ” nice stay” , en gezegd dat het een fijne plek was, en dat meende ik voor de volle 100 procent. Waarop ik vervolgens een visitekaartje van hem kreeg met de opmerking:  ” Welcome to come back next year!” .
Zo kan het dus ook.

Schrijfkilometers

Lang geleden ging ik in de zomer hardlopen om mijn conditie op peil te houden voor de volleybalcompetitie die kort na de vakantie van start ging. Ik liep omdat het moest, maar had er eigenlijk een hekel aan. Ik deed nou eenmaal liever iets met een bal.

En ondanks een trainingsschema dat je zo goed en zo kwaad wekenlang had gevolgd, bleek achteraf dat geen mens gemaakt is voor het maken van kikkersprongen in een zaal. Meer dan de helft van het team lag na de eerste trainingsweek op de massagebank en kon even niet meer voor of achteruit. Heb nog nooit een fysio zo horen schelden als de onze.

Nog niet zo lang geleden liep ik juist graag hard. Het liefst in het bos, over smalle, soms steile kronkelende paden, die in de herfst/ winter vaak sompig van de regen waren en in de zomer dor en stoffig. Het geglibber door de modderige bossen zorgde ervoor dat je even al je aandacht moest richten op het zonder blessures thuiskomen, terwijl ondertussen gedachtenstromen “aan” of juist “uit” werden gezet. Zomers liep ik voor de alles overheersende hitte van de nog maar net begonnen zomerdag uit, al rennend, zwetend, lekker samen met de natuur ontwaken. Dieren, planten, mooie lichtinvallen, er was van alles te zien terwijl je ondertussen genoot van de geur van het bos. Een geur die ik standaard in mijn huis zou willen hebben. Afgewisseld met die van de zee.

Tegenwoordig verbieden mijn voeten mij om te gaan hardlopen, en maak ik op een andere manier km’ s. Wandelend of per fiets. Maar ook maak ik “schrijfkilometers”. Ik ga hierbij niet snel, er zit (nog) niet echt een regelmaat in, maar zodra ik wil en er tijd, rust en inspiratie is, begin ik en ga door tot ik geen zin of energie meer heb. En als ik dit zo schrijf, vallen mij de overeenkomsten met het hardlopen op.

Deze km’ s geven mij op een of andere manier dezelfde voldoening als de km’ s op mijn hardloopschoenen, alleen word ik er niet moe van, raak ik nooit buiten adem, smaakt het altijd  naar meer, en blijkt de natuur hiervoor een bron van inspiratie. Soms lukt het voor geen meter, en kom ik maar niet vooruit. Ik ben ook maar een mens.

Vanmorgen was ik vroeg op en zat in de tuin, te kijken naar de (baby!)eekhoorn in de boom en tikte in alle rust mijn “schrijfkilometers” weg op het kladblok van mijn mobiel.. En zo ben jij, na het lezen van dit stukje, zonder dat je er erg in hebt gehad, samen met mij opgelopen tijdens het maken van mijn “schrijfkilometer”, ik vond het gezellig, volgende keer weer?

Lévi & Eus

“Aanvang 12.00 uur” stond er in de aankondiging. Om kwart voor twaalf meldde ik mij gisteren in de druilerige regen bij de nog dichte deur van boekhandel Nawijn en Polak.  Samen met een dertigtal andere geïnteresseerden én met Özcan Akyol, één van de twee sprekers waarvoor ik op de fiets was gestapt. Een boekhandel kent nou eenmaal geen artiesteningang en laten we dat vooral zo houden, het heeft zo zijn charme.
 
Even later zat ik midden in de winkel tussen de volle en uitnodigende boekenkasten op een plastic klapstoel, schouder aan schouder en met mijn knokkelige knieën in de rug van een onbekende man voor mij. Maar het hinderde niet. We hadden er duidelijk allemaal zin in. Voor ons was een bescheiden podium gecreëerd, het bleek meer dan genoeg voor het duo Levi WeemoedtÖzcan Akyol. We kregen een soort cabaretesk voorgeschoteld dat in een theater niet zou misstaan. Over een al doodgewaande dichter die in zijn zeventigste levensjaar nog springlevend blijkt te zijn. In de jaren tachtig bij lezend Nederland geroemd om zijn talent, maar, zo vertelde hij, hij was ook grote delen van zijn (schrijvende) leven onzichtbaar. Had last van sociaal ongemak, onzekerheid en depressieve gedachten. Hij verloor zijn vrouw,  vond zijn heil in de drank, oftewel, onderging het leven in al zijn rauwheid. Maar hij schreef. Goddank!

En toen was daar zijn grote fan Özcan, die de kans kreeg om hem te herintroduceren bij het grote publiek en dat is meer dan gelukt. In twee maanden tijd beleeft de bundel “Pessimisme kun je leren” al zijn achtste druk. Het schijnt dat ze elkaar pas vijf of zes keer in het echt hebben gesproken, maar je krijgt het idee dat ze al jaren dikke vrienden zijn. Hun energie is aanstekelijk en door gewoon zichzelf te zijn krijgen ze met het grootste gemak het publiek op hun hand. Gekscherend noemen ze elkaar vader en zoon. Mooi en ontroerend, gezien hun beider eigen vader – zoon relatie.

Na een kleine drie kwartier namen ze helaas al afscheid, ze moesten door naar Amsterdam, waar volgens Levi “Meer provincialen wonen dan op de Veluwe”. De tranen van het lachen nog vanachter mijn brillenglazen wegpoetsend, kocht ik hongerig naar meer, van beide een gesigneerd boek. 
In mijn ogen verdienen ze naast de titel “Schrijver” en/of “Dichter” beide ook die van “Meesterverteller”. En ik hoop na gisteren alleen maar dat Levi, zoals door hem gezegd, niet echt vier jaar gaat doen over zijn nieuwe boek/bundel, want zo lang wachten kunnen een hele hoop (nieuwe) fans echt niet meer! 

Chroom-6

Wellicht is het je ontgaan, maar morgen 4 juni 2018 wordt een spannende, belangrijke dag voor vele (oud)medewerkers van Defensie en/of nabestaanden. Deze dag is er een persbijeenkomst over het onlangs afgeronde onderzoek van het RIVM, naar de gevolgen van het werken met Chroom-6, een chroomhoudende verf . Het onderzoek heeft (voorlopig) betrekking op vijf NAVO-depots voor opslag en onderhoud van Amerikaans materieel in de periode van 1984 tot en met 2006. Tijdens deze bijeenkomst zal worden ingegaan op de onderzoeksresultaten van het RIVM, de aanbevelingen van de Paritaire Commissie en de reactie van Defensie.
Defensie, die volgens hun slogan op de eigen website “Beschermt wat ons dierbaar is“, met daarbij de uitleg: “Militairen verdedigen Nederland, de (economische) belangen en bevriende landen. Ze komen op voor anderen en ondersteunen bij rampen. Zo draagt Defensie bij aan vrede, vrijheid en veiligheid in de wereld.
Maar….. horen de kopstukken van Defensie, niet bovenal ook hun “uitvoerenden” te beschermen? Zoals daar o.a. zijn, de mensen in het veld, (denk bijvoorbeeld aan het drama met de ondeugdelijke mortier in Mali) en de mensen die het materieel onderhouden? Of tellen die niet mee? Zijn het slechts schakels in een proces, die, naar het nu schijnt, op het verkeerde moment voor de verkeerde werkgever werkten?
In bovengenoemde periode zijn twee- tot drieduizend werknemers tijdens onderhoudswerkzaamheden blootgesteld aan Chroom-6. Een chroomhoudende verf die ervoor moest zorgen dat de peperdure (Amerikaanse) tanks niet al weg waren geroest voordat ze ook maar één vijandig doel hadden getroffen. Is het zo pijnlijk eenvoudig? Ja, helaas wel, Chroom-6 is op zijn zachtst gezegd niet veel meer dan een laag verf om roestvorming te voorkomen….Maar wel één met vergaande gevolgen als je het straalt, opschuurt, last of slijpt en je daarbij niet voldoende beschermingsmiddelen tot je beschikking krijgt.
Dat het werken met Chroom-6 grote gezondheidsrisico’s met zich meebracht, was in 1973 bij de luchtmacht al bekend, blijkt nu uit het rapport. Het lijkt erop dat men in 1984 bij de start van de depots, doelbewust, om in militaire termen te blijven, deze “onzichtbare sluipmoordenaar”, heeft doodgezwegen, want “hem” stoppen, dat zou teveel kosten en het project in gevaar hebben gebracht. De belofte om “alles te beschermen wat hen dierbaar is” werd destijds voor het gemak maar even in de nog nieuw te openen doofpot gestopt.
Nu deze doofpot na al die jaren publiekelijk open gaat, hoop ik van harte dat Defensie zijn verantwoordelijkheid hier neemt en de vele gedupeerden die hierdoor vaak levenslang hebben gekregen, financieel tegemoedkomt. Hun gezondheid krijgen ze er niet mee terug, maar een compensatie voor het vele leed zou in dit dossier méér dan op zijn plaats zijn.

 

Kleedjesmarkt

Als kind liep ik, de avond voorafgaand aan Koninginnedag, in Leusden mee met de lampionenoptocht. Op de dag zelf werden de inwoners feestelijk gewekt door kinderen die met conservenblikken achter hun fiets door de straten reden. In de middag moedigden we “onze ome Daan” aan, die in een oude Daf meedeed aan de jaarlijkse autocross. Dit ging er in mijn beleving best heftig aan toe, opspattende graspollen, ronkende, stinkende auto’s, stoere mannen en het in de lucht hangende besef, dat het allemaal niet geheel ongevaarlijk was.
Tegenwoordig heeft ieder zichzelf respecterend dorp, tijdens Koningsdag een kleedjesmarkt, en oh wat hou ik ervan, in de rol van koper of verkoper, het is mij om het even. De weergoden hadden er gisteren ook zin in, op een enkele spat na bleef het droog in Apeldoorn.
Hoe anders was dat jaren geleden. De weersvoorspellingen beloofden die dag al niet veel goeds, maar de app van Buienrader bestond nog niet, en we besloten het er maar op te wagen, aan koopwaar geen gebrek en wat kon ons gebeuren, we hadden tenslotte een partytent bij ons. ’s Ochtends verliep de verkoop prima, ’s middags begon het hard te regenen, het leek of al het hemelwater van die middag Apeldoorn probeerde te verlaten via dat ene kleine putje, midden onder ons kleedje….De partytent hield onze spullen van bovenaf voor even droog, maar voor we er erg in hadden dreven onze spullen in het water, omdat het putje deze hoeveelheid neerslag niet aankon. De stratenmakers die het straatwerk hadden geleverd verstonden hun vak, de stenen waren mooi op afschot gelegd…..
Een ander jaar stonden we op een droge dag tegenover de ingang van CODA, en terwijl de mensen aan de overkant in een t-shirt met korte mouw hun waar stonden aan te prijzen, hielden wij de winterjas die dag maar aan, onze kant van de straat was de kant waar de zon zich weinig liet zien. Het kon de pret niet drukken, we hadden goed verkoopbare spullen, kinderfietsen, lp’s (waar ik nu achteraf nog steeds spijt van heb), kinderkleding, speelgoed etc. en een paar gloednieuwe groene Palladium’s die achteraf toch net een maatje te klein bleken. In de veronderstelling dat kenners daar vast nog wel wat voor over zouden hebben, gaf ik ze een prominente plaats, lekker vooraan, goed in het zicht.  Of het aan het model, de maat, of misschien toch de groene kleur lag, ik weet het niet, maar lange tijd werden de schoenen niet eens bekeken, laat staan opgepakt. Echter, een Turkse man in net (maat)kostuum zag er wel wat in. Na wat heen en weer geklets, begon het grote afdingen, iets waar ik geen kaas van heb gegeten. En zo kocht hij ze voor nog minder dan een prikkie. Was het omdat ze zo lekker zaten of omdat ze zo goed pasten bij zijn pak dat hij besloot ze gelijk aan te houden? Ik had werkelijk geen idee, maar het beeld van de man in zijn nette pak met de ietwat lompe groene trekking schoenen leverde mij genoeg plezier op om hem dat koopje te gunnen. Marktplaats moest nog worden bedacht, dus wat moest ik er anders mee? En daar heb je gelijk de gunfactor te pakken die voor mij die kleedjesmarkt zo leuk maakt. Mét de daaraan voorafgaande verkooppraatjes.
Een ander bijzonder object dat ik met veel plezier ooit heb verkocht, was een door mij zelf gemaakt “koeienpak”, eenmalig gebruikt tijdens de bruiloft van mijn broer. De koper was er maar wat blij mee, “voor tijdens carnaval”. Hij blij, ik blij.
Onze meest bijzondere kleedjesmarkt aankoop was die van onze eerste wandelwagen. Een echte klassieker, de “Rolls Royce” onder de wandelwagens werd hij genoemd, een originele Silver Cross. Klein detail, ik was niet eens zwanger, maar met al wel een kinderwens, zagen we hem staan en we wisten; die is voor ons! Om roddels en vragen te voorkomen, bedongen we met de verkoper dat we hem die avond, in het donker, op zouden halen. Vervolgens stalden we hem op zolder, de kinderwens kwam gelukkig uit, en met veel plezier hebben we de nodige rondjes gemaakt. Niet handig, wel erg leuk. Met toch wel een beetje pijn in ons hart, hebben we hem uiteindelijk wegens ruimtegebrek ook weer via de kleedjesmarkt verkocht, niet aan de opkoper die hem voor een schijntje wilde overnemen, maar aan een zwangere vrouw. Gevalletje gunfactor.
Die ene dag in het jaar, waarop we de vlaggen laten wapperen, de straten oranje kleuren en kinderen door de straat fietsen met hun zelfgemaakte mutsen en de stad in beslag wordt genomen door kleedjes en ander vertier, ik hou ervan en hoop dat deze traditie nooit verloren gaat.

 

(Be)leef je eigen plan!