Alle berichten van Jolanda

Blue-Blue

Binnen zijn de muren van de strandtent blauw. Niet  “Grieks blauw ” maar meer petrol. Rest van het  interieur oogt fris en is er met aandacht bij gezocht.

Voor het gebouw loopt een rustige weg, daarna volgt een strook overdekt terras, en daaraan grenzend een smal strookje kiezelstrand, met daarna,  uiteraard, de zee….zo blauw, zo blauw. Locatie: ” Blue Blue” te Kryoneri aan de golf van Patras.

Een klein plaatsje waar vroeger de trein tot aan de pier reed met treinwagons vol zeezout, gewonnen uit de lagune van Messalonghi om  vervolgens per boot verder naar Patras te worden vervoerd want de brug om de zee te overbruggen was er nog niet. Van deze activiteiten getuigd nu alleen nog een roestig, overwoekerd stuk  spoorlijn. Het verweerde kleedhokje en de stoel van de badmeester lijken eveneens  in de jaren 70 voor het laast te zijn  gebruikt.

Buiten staan witte houten regisseur stoelen met roze kussens, verderop staan wat ligbedden en  parasols. Op het eerste gezicht is dit gewoon 1 van de 5 strandtenten die er in dit kleine (bad)plaatsje zijn. De enige die in April al open is  en er duidelijk zin in heeft.  Het restaurant om de hoek, niet grenzend  aan het strand, was alleen dit weekend open en zat vol met local’s. De  rest van de week zie je er nog weinig beweging.

Het deert ons niet. We weten, we zitten vroeg in het seizoen, dat eigenlijk nog niet echt begonnen is. Het is dan ook een fijn punt om na een dagje toeren je dag te eindigen. We horen inmiddels tot de vaste gasten en worden iedere keer warm onthaald. So far so good.

Eergisteren was er ineens een ommekeer. Op de schommelbank plaatsgenomen, verscheen de  eigenaresse . Ze riep de hulp in van een local die op een zelf meegebrachte lage campingstoel met zijn laptop op een leeg kratje, op het terras zat. Ze wilde wat vertellen,  maar haar Engels was hier niet  toereikend voor.

De man vertaalde dat we vanaf nu alleen nog maar binnen konden bestellen. We mochten het dan wel mee naar buiten nemen en het daar opdrinken. Eten moest je binnen bestellen en daar ook op eten. De rest van de stoelen en ligbedden zouden die dag ook elders worden opgeslagen.

Het bleek dat ze in een enorme spagaat zaten. Het pand was van hun zelf. De tegelvloer van het terras was ooit door de overheid aangelegd. De eigenaar huurt sinds een paar jaar een stuk terras en heeft er zelf een mooie overkapping op gezet.  Prima toch zou je denken. Het doet ons aan niets denken aan de overvolle toeristenstranden op de eilanden, heerlijk!

Echter, juist de toestanden op de toeristenstranden  zorgden ervoor dat de Griekse overheid met ingang van April dit jaar, een nieuwe wet heeft laten ingaan. Dit om de massale illegale verhuur van strandstoelen, vaak ook nog eens tegen belachelijke prijzen een halt toe te roepen. Prima initiatief lijkt mij dat. Ik snap dat de Grieken zelf ook graag gebruik willen maken van ” hun” strand. De verhoudingen mens en natuur zijn nu vaak behoorlijk scheef.

Echter, voor de eigenaar van “Blue Blue” pakt deze wet ineens wel heel beroerd uit. Als kleine speler moest hij begin vorig jaar eerst inschrijven op het stuk terras dat hij ( opnieuw) wil gaan huren van de overheid.  Hij moet opgeven om hoeveel  vierkante meter het gaat en  hoeveel stoelen en tafels hij daar kwijt wil. Is dat rond, dan zal de overkapping die hij met hard werken zelf heeft betaald en neergezet, moeten worden verwijderd. Tevens zal hij voor de nieuw neer te zetten overkapping eerst opnieuw een vergunning moeten vragen met een ontwerp dat de overheid moet goedkeuren. Pas als dat allemaal rond is, mag hij zijn gasten op het terras bedienen en evt. een kussen op stoel of ligbed mogen neerleggen. Doet hij dat eerder, en wordt hij hierop ” betrapt” ( door de lokale makelaar die hiervoor is aangewezen)  dan wordt zijn zaak voor 10 dagen verzegeld en riskeert hij een enorme geldboete, waardoor hij waarschijnlijk in 1 klap failliet zal zijn.

Rare tijden in een mooi land vol contrasten. Hier kan je nog kiezen tussen een strand vol toeristen, of een strand waar de koeien op een zonnige dag de enige badgasten zijn.
Ik weet wel waar ik voor kies.

Less is more

 

Welcome!! Met een breed zwaaiend armgebaar en een even zo brede lach, worden we begroet op onze verblijfplaats voor twee weken. Plek van bestemming, een appartementje in Kryoneri, Griekenland, 50 meter van het strand.

Een emmer met sop barricadeerde de oude sleetse marmeren trapopgang, we waren de eerste gasten, en de eigenaresse verontschuldigde zich dat ze vanwege rugproblemen nog niet klaar was. Geen probleem, wij zitten al in de vakantiemodus, en die trap ziet er prima uit wat ons betreft.

Eenvoud is hier het toverwoord, maar zeker niet ongezellig. En als je er voor openstaat, met oog voor detail en super gastvrij. Op het kleine vierkante keukentafeltje lag een geruit kleedje met daarop een pot honing, een schaaltje met verse olijven, en een doosje zoute stengels van de lokale bakker.  Even later kregen we 2 grote zongerijpte sinaasappelen in onze handen gedrukt die van de boom van de buurman blijken te komen. Wat een warm onthaal. Op het doosje van de bakker stond geschreven:             ” With  love, from us”.

De kleine rondleiding leerde ons dat we waarschijnlijk veel buiten de deur zouden eten. Het keukengerei bleek nog minder dan wat ik standaard in mijn VW camperbusje bij mij heb, maar het was schoon en het was dus ok. Eieren koken doen we hier vanaf nu in een koekenpan, en dat kan prima.

Als je wil douchen, zit de heet waterkraan rechts i.p.v. links, en moet je vooraf eerst de stoppen voor de heetwaterboiler 20 minuten omzetten, maar, zo klonk het ” Be carefull, don’t use any water in the bathroom while waiting!”  Ok, ondanks je vakantie dus wel scherp blijven Jo. Het bed, ooit gemaakt voor de doorsnee wat kleine Griek, sliep gelukkig heerlijk. Een goed bed, een prima kussen,  warm water en eigen toilet, prima wat mij betreft.

Het voorjaar gaat hier momenteel  zoals op vele andere plekken in Zuid -Europa voortvarend van start en de temperatuur loopt al snel op tot zomerse waarden. We zaten in het eerste toeristen vliegtuig, en je merkt dat het seizoen nog een beetje op gang moet komen.  En dat is helemaal wat we gehoopt hadden.  Engels spreken ze hier niet of nauwelijks,  Heerlijk. We krijgen sterk het idee dat hier vooral de  Grieken zelf naar toe komen.  In de supermarkt treffen we vooral  veel personeel,  Niks selfscan, bij de groentes worden de groente en het fruit dat je  wel zelf pakt, voor je afgewogen door een vriendelijke man. Bij de slagerij werd zowat al het personeel er bij geroepen, want er was slechts  1 Griek die Engels sprak, maar wat  hadden ze een lol, en wij ook.

Eten doe je buiten de deur, met bijna voor oorlogse prijzen, en wat je ook besteld, je krijgt er altijd een glas koud water bij. Zonder trendy etiket op je flesje, maar gratis en voor niets,  gewoon zoals water bedoeld is, omdat je moet blijven drinken met deze hitte. Ik vind dat zo attent, je hoeft er niet om te vragen, je krijgt het gewoon. Mocht je het zelf vergeten.

En zo zijn de eerste 2 dagen ons prima bevallen. Met een mooi  en enigszins, wel gehoopt, maar toch ook wel onverwacht,  weerzien met oude bekenden van de fam. M.  Met een vertaalprogramma op je mobiel, blijkt iedereen zich  verstaanbaar te kunnen maken, en was ik getuige van een tafereel dat niet zou hebben misstaan  in een aflevering van Memmories. Met een spontane  lunch bij de mensen thuis.

Efcharistó ellada!

 

Volkswagen,wie anders?

Volkswagen, wie anders? Bestaat er een bekendere, betere slogan van een autofabrikant?  Ik heb eigenlijk nooit echt veel gegeven om auto’s, maar dat is in de loop van de jaren toch wel wat veranderd na de aankoop van een VW Westfalia .  Als puber vond ik de oranje Kever van mijn zwager helemaal geweldig, ondanks de herrie die hij maakte als je er in reed. Misschien is er destijds toch een voorliefde voor het merk VW  ontstaan.

Een auto moet mij vooral probleemloos en zo goedkoop mogelijk vervoeren van A naar B. Ik geef mijn geld liever aan andere dingen uit. Ooit een collega gehad die ieder weekend zijn BMW door de wasstraat reed, ik snapte er niets van.  Een noodzakelijk “kwaad” vond ik het, waarvan reparaties vaak een aanval  waren op je spaarrekening.

Tot we besloten om onze personenauto om te ruilen voor een camperbus.  Geïmporteerd uit Duitsland met een slordige 225.000 km op de teller. De verkoper zag er potentie in, mijn zwager met verstand van autotechniek ook, en we besloten de gok te wagen. Kinderen vonden hem lelijk, maar a la. Toen bleek dat er met een examengala maar liefst 12 man in kon, werd hij al ietsjes leuker.  En tijdens verhuizingen stond ie ook zijn mannetje. Kuren heeft hij wel gehad, maar alles was op te lossen. En inmiddels rijdt hij als nooit tevoren. Volkswagen, wie anders. Goeie slogan wel.

En nu, vele jaren later, ben ik onverminderd gek met mijn bus.  Met inmiddels 525.000 op de teller, zegt men dat ik hem nog steeds aan het ” inrijden ” ben, lees ik met interesse de berichten van andere  T4 “gekkies” in een besloten FB groep en heb ik besloten hem nog maar even te houden. Milieu zuinig, nee dat zal hij helaas niet worden, maar als ik hem inruil voor een ander model, rijdt iemand anders er mee door, dus tja.

Binnenkort krijgt hij  een “facelift” waarna hij hopelijk weer een tijd bestand is tegen de elementen en er weer uitziet als nieuw. Gewoon, omdat ik er nog geen afstand van kan en wil doen. Niet alleen van de bus an sich, maar meer van het gevoel dat ik ervaar zodra ik instap.

Wat dat voor gevoel is? Je hebt het of je hebt het niet.  Ooit liet iemand mij anoniem weten dat zij dat gevoel absoluut niet had. Op mijn destijds tijdelijke woonadres, parkeerde ik de bus af en toe aan de straat. Net als alle andere bewoners. Op een dag vond ik een volgeschreven A4 onder de ruitenwisser. Korte samenvatting: “Of ik mijn schroothoop  ergens anders wilde parkeren, ze waren het zat om er tegenaan te kijken”.  Ik vond het vooral jammer dat het briefje anoniem was.

In 2023 leerde ik de muziek van MEAU waarderen,  muziek die wat mij betreft prima bij het plan-plan rijgedrag van deze bus past. Het nummer Blijven rijden geeft misschien wel precies mijn gevoel aan.

Zodra ik instap, bepaalt de bus mijn snelheid, harder dan 115 is niet aan te raden. En,  druk op de weg of niet, ik geniet van de rit. Muziek aan, en ik ervaar een gevoel van vrijheid. Tijd om te ontspannen. Met of zonder een complete kampeeruitrusting. Volkswagen, wie anders?

M’n raam open, m’n voet op het pedaal en ik ga
Ik blijf rijden, alleen naar voren kijken
Ik wil hopen dat ik een beetje leer hoe het staat
Het zijn feiten, minder vergelijken

Het mooie gaat van start en het lege lijkt nu leger
Voel het alsmaar harder, probeer het te vergeten
Omgeving staart me aan en geeft me lucht
De straten lijken donker, toch brandt er zoveel licht
En ik luister naar mezelf, maak me los van het gewicht en
Verstand op nul, zo wil ik blijven gaan

Ik voel me steeds vrijer
Worden steeds wijzer
Langzaam met de dagen, op z’n tijd
Ik voel me steeds vrijer
Alles wordt kleiner
Zorgen raak ik steeds wat beter kwijt

M’n raam open, m’n voet op het pedaal en ik ga
Ik blijf rijden, alleen naar voren kijken
Ik wil hopen dat ik een beetje leer hoe het staat
Het zijn feiten, minder vergelijken
In mezelf, muziek op honderdtien en
Ik hoor maar de helft van een melodie
M’n raam open, m’n voet op het pedaal en ik ga
Ik blijf rijden, alleen naar voren kijken

Produced By
Written By

 

 

 

Mag ik dan bij jou?

Vroeger ging mijn opa op de fiets naar de huisarts, dwars door de nacht desnoods, mijn oma en hun kinderen achterlatend in afwachting of de dokter thuis was en mee terug zou komen. (Mobiele) telefoon bestond nog niet, dus je kon niet anders dan gewoon maar aanbellen bij  de dokter thuis. Ook al was het een bare winternacht en moest je vanaf de Buurtweg te Leusden  een kleine drie kwartier fietsen, heen en ook weer terug.

De kinderen van toen zijn de ouderen van nu. Blijkbaar hebben ze er niets aan overgehouden dat de dokter niet altijd gelijk aan hun bed stond. Want we worden met zijn allen steeds ouder. In het verzorgingshuis te Leusden is de gemiddelde leeftijd 88, dat zegt genoeg. We worden geacht om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, met of zonder de inzet van mantelzorgers, thuiszorgmedewerkers, buren, vrienden en familie.
En als dat uiteindelijk echt niet meer lukt, rest het verzorgingshuis of verpleeghuis. Indicatie’s moeten worden aangevraagd en dan wordt er een heel arsenaal aan wetten en regeltjes in gang  gezet,  in een  wereld waar mensen over het algemeen geen kaas van hebben gegeten. Probeer daar als oudere jongere maar eens doorheen te komen.

Het blijkt dan ook een snelcursus te zijn voor je mantelzorgers van hoe of wat in het verzorgingshuis.
En als je dan geslaagd bent voor je cursus, komt voor je er erg in hebt,  straks die eerste avond in je nieuwe kamer.

Behalve wat persoonlijke dingen zal  ook je grootste vijand Parkinson met je mee verhuizen en die zal zich gelijk  thuisvoelen. Jij zal daar wellicht meer tijd voor nodig hebben. Maar je bent zo sterk en ondanks alles een enorme vechter en ik weet, het zal je lukken om er je eigen plekje van te maken. Vallen en opstaan, daar ben je mee opgegroeid. Zorgen voor anderen is je met de paplepel ingegeven, en dat heb je je hele leven gedaan, maar nu zijn de rollen omgedraaid en wordt er voor jou gezorgd.  Je lief heeft het lang volgehouden, maar is met zijn 88 jaren ook niet meer piepjong en de Parkinson staat soms tussen jullie in. Parkinson is niet alleen maar trillen, het is een totaalpakket, dat helaas alleen maar groter wordt.

Op de avond voor de verhuizing, laat ik mijn gedachten gaan, zoek mijn rust door van mij af te schrijven en naar muziek te luisteren. TV uit, glaasje Port, want die smaakt zo goed als het buiten regent en dat doet het eindelijk weer. En wie weet slaap ik dan ook gelijk weer eens aan een stuk, want ja, het houdt mij bezig.

Oh wat hoop ik dat ze beiden hun draai gaan vinden  en er voor beide weer wat tijd, rust, vrijkomt om (samen) nog van mooie momenten, mensen, dingen , La Vie !  te kunnen genieten.

Spotify heeft een playlist Tijdloze liefdesliedjes. Ik zet hem op en de teksten interpreteer ik nu anders. Niet op mijn eigen leven maar  op dat van Ab en Jo:

Als er een clubje komtWaar ik niet bij wil horenMag ik dan bij jou?
Als er een regel komtWaar ik niet aan voldoen kanMag ik dan bij jou?En als ik iets moet zijnWat ik nooit geweest benMag ik dan bij jou?
Mag ik dan bij jou schuilenAls het nergens anders kan?En als ik moet huilenDroog jij m’n tranen dan?Want als ik bij jou magMag jij altijd bij mijKom wanneer je wiltIk hou een kamer voor je vrij
Bron: Claudia de Breij

 

De Vergeten Twentse Lente

“Lente in Twente, lente in Twente,Als ik weer zo’n tukker zie, vol met bier en sympathieLente in Twente, lente in TwenteHet leven is zo slecht nog niet

bron: Toontje Lager, 1982

Als puber zong ik dit refrein graag mee, gewoon omdat het wel lekker bekte, ik had werkelijk geen idee hoe een doorsnee tukker er uit zag en of hij inderdaad vol met bier en sympathie zat. Inmiddels weet ik wel beter. En ja, het leven was inderdaad  in mijn herinneringen in 1982 zo slecht nog niet.

Hoe anders was dat in de lente  van 1943.

Een paar maanden geleden viel mijn oog op een advertentie in een  huis-aan-huis krantje in Vasse, over een theaterspektakel  in Enschede met de naam  De Vergeten Twentse Lente“.  Vergeten, hoe dan? Ik las verder en zag een paar klinkende namen van de  hoofdrolspelers zoals  o.a. Johanna ter Steege, Stefan de Walle, Laus Steenbeeke, Roosmarijn Luyten en Lucretia van der Vloot.  Mijn aandacht hadden ze en de tickets werden geboekt. Al moest ik wel even slikken bij de prijs, maar achteraf bleek het dat echt wel waard.

Vorig weekend werden wij in  Hangar 11 op vliegveld Twente, te Enschede getrakteerd op een bijzondere voorstelling over een  voor mij tot nu toe onbekend stukje vaderlandse geschiedenis, de April-Mei stakingen van 1943. Deze indrukwekkende geschiedenis werd knap verweven met een hedendaags verhaal over een fictief  klein Twents dorp. Een dorp waar sommige bewoners na al die jaren nog steeds last hadden van de littekens van het verleden.  Het verhaal ging over opgelopen trauma’s die doorwerkten tot in de 2e en 3e generatie en hoe ontwrichtend dat was voor de getroffen gezinnen maar ook voor de samenleving.  Het verleden en heden werd afwisselend gespeeld in maar liefst 3 verschillende decors van omvang. Goed acteerwerk, live muziek, zang en dans maakten het stuk wat mij betreft compleet.

Via Google had ik mij voorafgaande aan de voorstelling wat ingelezen over deze stakingen en hoe ze waren ontstaan. Na de slag om Stalingrad had Duitsland in zo’n vijf maanden tijd bijna geen leger meer over. Om het ontstane tekort aan mankracht in de Duitse wapenindustrie op te lossen, wilden de Duitse bezetters rond de  300.000 Nederlandse mannen als  krijgsgevangenen  te werk stellen. Een grote woede onder de Nederlanders ontstak en op 29 april 1943 werd het plan van een staking tot uitvoering gebracht in  de grote machinefabriek van de familie Stork in Hengelo. Het zou uiteindelijk één van de grootste stakingen worden die Nederland ooit heeft gekend.  Vanuit heel Nederland legden uiteindelijk ruim  200.000 mensen  het werk neer. Het leek relatief onschuldig, maar  represailles volgden, mensen werden al dan niet, geheel willekeurig opgepakt, gemarteld, gevangengezet en gefusilleerd, sommigen zijn nooit teruggevonden. De Duitsers hielden de  plekken waar de lichamen lagen geheim.

De verklaring in de titel van dit theaterstuk lag hem in het feit, dat bij velen deze staking onbekend is. Goed dus om er op deze manier meer bekendheid aan te geven. En terwijl Spanje momenteel zijn heetste lente beleeft in 20 jaar tijd, en de bewoners deze dan ook niet snel zullen vergeten, bedenk ik mij in de koelte van de parasol, dat de geschiedenis zich herhaald.

Charkov is momenteel weer volop in het nieuws door de oorlog  tussen Oekraïne  en Rusland. De stad is wederom een bloederig strijdtoneel in een ongekend felle en alles vernietigende strijd. De 1e generatie overlevenden van de WO2 maken het opnieuw live aan de levende lijven mee.  En ik denk alleen maar; hoeveel veerkracht moet je dan hebben?

Maart 2020 deelt de Britse beeldend kunstenaar David Hockney (82)  een tekening van ontluikende narcissen met  de titel ‘Do remember they can’t cancel the spring’, 

En zo is het maar net.

 

 

 

foto: https://pixabay.com/nl/users/johnny_px-21062476/

 

 

 

 

 

 

 

 

Stilte

Stilte coupe, de eerste keer dat ik erin zat, had ik niet door dat ie überhaupt bestond, zat lekker te kletsen met mijn zus, vond het al zo vreemd dat iedereen ons aankeek. Daar is de mens goed in geworden, met lichaamstaal je ongenoegen duidelijk maken.
Nieuwsbeelden maken dat het lijkt of we steeds meer terug gaan naar de tijd van de eerste homosapiens, we schreeuwen en stampen er op los als als we ons ongenoegen willen laten zien. En zelfs als we blij zijn, molesteren we tegenwoordig graag dingen.

Stilte, terwijl je je bewust bent van de aanwezigheid van anderen om je heen , thuis, of in die stiltecoupe,  is een hele andere stilte dan de stilte als je ergens echt alleen bent. Gewild of ongewild.

Ik kan op zijn tijd zeker wel genieten van stilte, ik laad mij er in op.  Maar vandaag kwam de stilte bij mij binnen, in al zijn kracht en heftigheid. Als een stille orkaan.  Stilte is net als muziek, krachtig genoeg om je te doen breken, maar hoera! ook om weer op te staan. Waar  je  als een lege kapstok, allerlei gedachten ,emoties,  aan op kan hangen. Dus ben je geneigd om die stilte te doen verdwijnen, je zet wat muziek op of doet je tv aan, niet geïnteresseerd in wat er op staat. Als er maar iets van omgevingsgeluid de ruimte vult.

Geveld door een keelontsteking , ben ik begonnen in het boek ” De hand die niet loslaat”, van Lennie de Man. Langgeleden heb ik haar per toeval (of toch niet Lennie?) ontmoet , in de periode dat ik was begonnen met mijn blog. Ze vertelde mij dat ze teksten redigeerde, de link was gelegd. Ik bleef haar volgen op FB, en toen ik las dat ze haar eigen boek had uitgegeven, twijfelde ik geen seconde  en bestelde gelijk een exemplaar.

De eerste hoofdstukken gelezen, werd ik geraakt door haar bijzondere  levensverhaal, een enorme portie veerkracht , vechtlust en ja, ook ik geloof zeker dat er meer is tussen hemel en aarde. In het begin deelt ze een mooi gedicht van Herman van Veen, waarvan je achterin  bij  ” Woord van dank” , leest hoe bijzonder het is dat dit hier gebruikt mag worden.

Ben ik de enige, die altijd eerst de laatste bladzijden van een boek leest, voor ik er überhaupt aan begin? Alsof dat een voorbode is, van hoe goed de rest zal zijn? Ik werd in ieder geval nieuwsgierig naar de rest.

Het lezen geeft rust in mijn hoofd,  gemaal van de afgelopen twee weken verdwijnt langzaam wat op de achtergrond.  Ik steek een kaars aan, voor de mensen die worden gemist en de mensen door wie ze worden gemist. Ik schrijf een blog.

En ik laat de stilte de rest doen.

 

 

Adressenboekje

Zodra de eerste kerstkaarten in de winkel lagen, besloot ik er dit jaar weer eens werk van te maken. Ik kocht 2 dozen, een voorzichtig  begin.

Na een roerig 2021, waarin ik zelf vaak verrast ben met een kaart in de bus, kreeg ik zin om er weer eens ouderwets voor te gaan zitten. Tot voor kort nog niet de rust dan wel de tijd voor gevonden om ze te schrijven, maar dit weekend dan eindelijk begonnen. Glas wijn erbij, muziek op de achtergrond en schrijven maar.

De eerste exemplaren gingen nog wat stroef, de schrijfspieren heb ik al iets te lang naar mijn zin niet gebruikt. Dus dit was gelijk weer eens een mooie oefening. Bij de een nog een beetje zoekend naar de  juiste woorden, bij de ander heb je het blanco papier zo vol. Na de eerste 10 kaarten, mijzelf afvragend, waarom een  “Fijne feestdagen, liefs Jo”  eigenlijk niet voldoende zou kunnen zijn. Nee, zo werkt dat niet, voor mij althans niet. Niet na het afgelopen  jaar.

Mijn adressenboekje is, aan de namen die er in staan te zien, al meer dan 30 jaar oud, en al lang niet meer up- to- date. Ooit eens  begonnen om alle adressen  in mijn computer te zetten, maar net zo snel weer mee gestopt,  Handgeschreven, verzameld in een boekje, voelt nou eenmaal  beter. Terwijl ik er doorheen blader,  roepen de namen al snel herinneringen  op en trekt er in slechts enkele luttele minuten,  zomaar een groot deel van mijn leven aan mij voorbij.  Zo vlak voor de feestdagen ,de aanstaande jaarwisseling en de nieuwe lockdown, raakt het mij meer dan gedacht.  Ik laat het maar gebeuren. Zijn die kaarten daarvoor ook niet bedoeld? Even pas op de plaats, stilstaan bij wat is geweest en met aandacht en liefde voor een ander een persoonlijke boodschap op schrijven. Zouden we meer moeten doen.  Om zo, al schrijvend, de minder leuke dingen van het oude jaar,  lekker van je af te schudden en de mooie dingen en mensen  die ook op je pad zijn gekomen,  te koesteren.

Bij het lezen van de namen  kwam ik ook namen tegen van mensen die  inmiddels niet meer onder ons zijn. Het is waarschijnlijk een van de redenen waarom ik dit boekje nog niet heb ingeruild voor een nieuw exemplaar. Het voelt alsof je dan ophoudt met ze te herinneren.  Of namen van mensen die lang geleden een rol in je leven hebben gespeeld, maar uit beeld zijn geraakt.  Dat gebeurt nou eenmaal,  maar toch  bewaar je de gegevens, want je weet tenslotte maar nooit. Of mensen die in hun leven al zo vaak verhuisd zijn dat ze door de jaren heen een hele bladzijde in beslag hebben genomen. Het staat allemaal in dat kleine boekje, als een soort naslagwerk waar je, zo blijkt, met gemak het verhaal van je leven aan op kunt hangen. Aan iedere naam hangt weer een ander, eigen, uniek verhaal.

Vind ik een adres niet, dan scroll ik op mijn telefoon door oude appberichten in de hoop een oud “Wij zijn verhuisd! “ bericht terug te vinden. En al schrollend door die berichten merk ik dat er een schat aan  herinneringen  op mijn telefoon staat en hoe leuk het is om ze weer eens terug te lezen. Weer te ervaren wat het effect op je was, toen je ze voor t eerst las. En dan heb ik het natuurlijk niet over de berichtjes van ” Mam, wat eten we vandaag?” Ook leuk, maar ik bedoel de berichtjes natuurlijk met wat meer diepgang. Met de een app je bijna dagelijks, de ander wekelijks en weer een ander af en toe. De frequentie  zegt echter helemaal niets over de waarde van het bericht,  de inhoud des te meer. Om maar niet te zwijgen over berichtjes uit onverwachte hoek. Zo leuk en met  zoveel effect.

Ik ga op zoek naar een nieuw adressenboekje. De oude zal ik blijven bewaren, voor de redenen die ik hierboven heb genoemd. De nieuwe zal hopelijk weer worden aangevuld met nieuwe namen en adressen, zo hoort het nou eenmaal te gaan met adressenboekjes.

 

 

Op de camping

Mork , zie vorige blog,  bleek Pedro te heten.  Die s’ ochtends bij het gedag zeggen met een brede glimlach het schuifraampje van zijn ietwat gedateerde receptiegebouwtje openschoof.  Het deed mij terugdenken aan de tijd toen je als kind winkeltje speelde, alleen dit was toch echt voor het echhie.
Niks wees erop dat hij vaak dronken was of nijdig tegen kinderen zou kunnen doen. Misschien omdat die er niet waren, maar toch, van mij kreeg hij, bij daglicht althans, het voordeel van de twijfel.
Maar ik moet bekennen dat ik, toen het eenmaal donker was, de avond ervoor toch wel een paar keer heb gecontroleerd of de bus wel hermetisch was afgesloten. En heb ik na achten geen verjaardagsneut meer gedronken, want ik wilde er deze keer s’nachts echt niet uit.
En ik beken; heb zelfs de naam en het adres van de camping opgeschreven, mocht ik de hulptroepen s’nachts nodig hebben omdat er iemand om mijn bus zou lopen. Haha, nu lach ik er om, maar echt he?
Na het lezen van de recensies was mijn fantasie flink met mij aan de haal gegaan. Ik noem er een paar:

ratten in de huisjes en het sanitair  van de mannen
– eigenaar is een aangeschoten mafkees
– eigenaar is een zieke persoon
– verouderd en vies sanitair
–  Pablo is erg agressief en 90 % van de tijd dronken en schreeuwt tegen de kinderen als ze te vaak in de speeltuin zijn

Dat dus. Het hielp niet dat ik in mijn uppie op een verder leeg veld tegen de rand van een weiland/ bos kwam te staan. Ik dacht lekker uit de wind, maar dat viel tegen. S’nachts waaide het flink, en ondanks de piep die ik normaal in mijn oor hoor, stond mijn gehoor nu  op scherp en analyseerde ieder geluid.  En dat waren er best veel. Ik besloot met mijn hoofd onder de dekens te kruipen, mezelf toesprekend dat ik op moest houden met die ongein, ik was tenslotte al 54.  Gedraag je er dan ook naar. Het hielp en ik ben uiteindelijk rustig in slaap gevallen, al duurde het wel wat langer dan gehoopt.
Met flinke dorst maar lege blaas werd ik s’ ochtends wakker. De bus bevond zich gewoon op een campingveld in plaats van een plaatsdelict.
Zo zie je maar, die Google recensies, je moet er niet teveel waarde aan hechten. Ieder mens is anders, heeft andere verwachtingen. Je hoort vaak maar 1 kant van het verhaal. En je hebt nou eenmaal een klik of niet.                                                                                         Ratten, die heb ik gelukkig niet gezien. En ja, het sanitair, dat is echt verouderd, maar ik kon er de charme wel van inzien. Het maakt de overgang naar het naastgelegen prehistorische museum niet zo groot.
Bij het betreden van de doucheruimte doe je een stap terug in de tijd. 1 douchecabine, en 2 hokjes met een douchegordijn voor enige privacy. Het sanitair en de douchegordijnen waren (voor het oog in ieder geval)  schoon, het water was warm tot heet, en in de spiegel zag ik mijn eigen spiegelbeeld. Prima camping dus.
Bij het gedag zeggen heb ik Pedro vriendelijk bedankt voor de ” nice stay” , en gezegd dat het een fijne plek was, en dat meende ik voor de volle 100 procent. Waarop ik vervolgens een visitekaartje van hem kreeg met de opmerking:  ” Welcome to come back next year!” .
Zo kan het dus ook.

Zomaar mijn (verjaar)dag

54 kaarsjes en zelf de slingers ophangen. Dat was het thema van vandaag. Ik heb het afgelopen jaar soms al in de veronderstelling geleefd dat ik al 54 was, dus tel uit je winst.
In je uppie in een vreemd land feest vieren, hoe doe je dat? Ik had geen idee, maar ik besloot mijzelf op een mooi tochtje te trakteren. Dus na een sober ontbijt, ik zou onderweg wel ergens stoppen voor een feestmaal op een feestlocatie, bus ingepakt en een  stukje richting het noorden gereden.  Op naar Havstenssund. Waar, volgens het kaartje  ” A wonderful archipelago walk to the bathing bay”  te vinden zou zijn.
Na een opwarmende wandeling langs de inmiddels al bijna “gewoon” geworden Zweedse huizen, kwam ik aan bij het water en kreeg ik het ene na het andere pittoreske plaatje voorgeschoteld. Mooie vergezichten, wolken, rotspartijen, kraakhelder water, rode kwallen, rode huisjes, en een houten loopbrug langs het water richting een kleine jachthaven. Deze was, op een enkele Zweed na, uitgestorven, dus de feestelijke kop koffie ging niet door, maar he, who cares?
Ik had de smaak te pakken en besloot door te rijden naar het Tjurpannan naturreservat.
Een kaartje met wandelroutes uit een houten kastje gevist en voor de rode route gekozen omdat deze langs de kust zou gaan. Het bleek een juiste keuze. Van een waarschuwingsbord, overigens geheel in het Zweeds, maakte ik op dat er grote grazers rondliepen, en er stonden twee telefoonnummers op van ene Hans en Markus. Toch maar even een foto van gemaakt. Ik hou van de natuur maar ik kom liever niet oog in oog met een grote grazer die net zijn dag niet heeft. Automatisch versnelde ik mijn pas. Het zou een snel rondje worden.
Het vlakke heidelandschap veranderde al snel in rotsgebied, en de oranje gekleurde paaltjes leken ineens sterk op de rode. Opletten dus.
Een klein addertje kronkelde het smalle pad over, blij verrast en toch ook een  beetje angstig probeerde ik hem met mijn ogen te volgen, maar hij kronkelde over de lage begroeiing heen en weg was hij.  Snel door, want wie weet lag zijn ouderlijke addergebroed al naar mij te loeren. Vanaf nu dus echt alleen op de paadjes lopen. En ik was blij met mijn lange broek en wandelschoenen.
Met nog geen zicht op het volgende rode paaltje, ging het pad over in grote keien,  dus maar stug, een  soort van “rechtdoor” gelopen en geklauterd en een lichte stress kwam even om de hoek kijken. Moest ik teruggaan, nu het nog kon? Nee, geen denken aan, de zee was in de verte te zien, die trok als vanouds.
Het bleek een gouden zet, geen adders meer gezien, maar de vergezichten logen er niet om.
Een zeeuwmeeuw cirkelde over mij heen en ABBA plopte op:

And I dream I’m an eagle
And I dream I can spread my wings

Flyin’ high, high, I’m a bird in the sky
I’m an eagle that rides on the breeze
High, high, what a feeling to fly
Over mountains and forests and seas
And to go anywhere that I please

Met of zonder rode paaltjes. Ik zou die uitgang wel vinden. En inderdaad, zo’ n anderhalf uur later kwam ik weer terug op de parkeerplaats, waar het busje deed wat hij moest doen, starten, lopen.
Doorgereden naar Tanumshede, dat bekend staat om o.a. prehistorische wandtekeningen.
Ter plaatse via de VVV  een camping gevonden, de eigenaar deed mij aan Mork van Mork en Mindy denken. Vriendelijk lachend.
Plek uitgezocht in een hoek, zoveel mogelijk uit de wind. En helemaal geïnstalleerd kom ik erachter dat je nooit recencies moet lezen, nadat je geïnstalleerd bent. Mork blijkt in sommige recencies meer iets te hebben van een Hork…Dat had de plaatselijke VVV mij nou weer niet verteld. In het donker naar de wc lopen zie ik “ineens” niet meer zo zitten vanacht (held), dus rest van de avond maar niets meer gedronken. Ik hou het wel op en wacht tot de zon weer opkomt.
Gek hoe gedachten en fantasieën met je aan de haal kunnen gaan, in de streek  van Camilla Läckberg. Het is in ieder geval een verjaardag die ik niet snel zal vergeten. Godnatt!

Km vreter

“Wat een avontuur! “, dat was over het algemeen de reactie die ik kreeg als men hoorde dat ik met het busje in mijn uppie naar Zweden ging.
Of ik het niet spannend vond? Wat als er iets gebeurt? Tja, geen idee, dat zien we dan wel weer. Ik vraag mij liever af,  Wat als het goed gaat? Ik ben linksom of rechtsom over 2 weken zowieso weer een paar ervaringen rijker. Heerlijk even uit je comfortzone, in een vreemde omgeving en gaan.
Zuslief en zwager wonen nu al een paar jaar in Zweden, en ik ken hun stek alleen maar van horen zeggen of van foto’s. Tijd om zelf eens een kijkje te gaan nemen. Dag voor vertrek kleurde de coronakaart groen, dus geen excuses meer.
Al was het in de laatste week nog even spannend of de bus op tijd klaar zou zijn na een reparatie/ vervanging van o.a de achterremmen. Niet echt onbelangrijk, dus kon niet worden uitgesteld. Het bestelde onderdeel was op tijd binnen en de  vrijdag voor vertrek stond ie met een kleine  495.000 km op de teller weer startklaar.
Op naar Kiel, vanaf waar de nachtboot  mij naar Goeteborg zou brengen. Om vervolgens de volgende dag uitgerust weer aan wal te gaan voor de laatste km’ s naar Munkfors.
Volgens de ANWB zou de rit vanaf Apeldoorn zo’ n 5  uur in beslag nemen. Voor de zekerheid toch maar lekker op tijd vertrokken, je weet maar nooit. Om 8.30 reed ik weg.
Dus ja, spannend, dat was het aan de ene kant wel, zeker de eerste km’s. Als je niet oppast hoor je overal nieuwe geluiden. Ach, het moet toch heel gek lopen als ik die boot niet haal,  tot 17.15 kon je inchecken, moet lukken. Muziek aan, route op je scherm, en gaan.
Eenmaal de grens over, had ik geen bereik meer en lukte het niet om Google maps  op mijn scherm  te krijgen, dus overgestapt op een oude routekaart die ik van mijn andere zus had meegekregen, onder het mom, ” Je weet maar nooit”. Geeft wel een soort van een “old fashioned” vakantiegevoel, passend bij de bus.
De klok tikte rustig door, en de bus deed lange tijd wat hij moest doen, niets aan het handje.
Het bleek echter drukker dan verwacht en de wegwerkzaamheden in Duitsland zorgde voor veel vertraging.
In de omgeving van Hamburg aangekomen, werd het verkeer richting tunnel gedirigeerd. Invoegend verkeer probeerde een plek te veroveren. Geen vluchtstrook. Het was een beetje krap en inmiddels reden we stapvoets.  Ach, dit zou waarschijnlijk het laatste oponthoud zijn.
Een harde waarschuwingspiep, en een lampje in het dashboard lichtte uit het niets op. OMG. Niet nu. Niet nu het einde in zicht is, maar de tijd toch ook wel  begint te dringen. Met Hamburg al in zicht, de bus vlak voor het eind van de korte invoegstrook, en nog voor ik de tunnel in zou gaan, aan de kant gezet. Strak tegen de vangrail. Gevarendriehoek op de weg, en met het knipperlicht aan, was ik toch wel heel blij dat men  stapvoets reed. Daar sta je dan, met je avontuurlijke insteek. Het begon gezellig te regenen en ik zag mijzelf in gedachten al een boot missen. Het zal toch niet..
Nee, tuurlijk niet, dat niet! Mag gewoon niet!             Het boek van de bus gaf aan dat er iets met de remmen moest zijn en dat je ” Direct naar een garage moest” . Hoe dan, die waren gerepareerd! 24 uurservice van Aveco gebeld. Een vriendelijke vrouw uitgelegd wat het probleem was en gezegd dat de remmen net (deels) waren vervangen. Bij navraag bleek dat ik er mee door kon rijden, zou iets met een verkeerde instelling van een sensor zijn, omdat ik totaal geen problemen had gehad tijdens de rit. Pffff, hoe blij kan je zijn. Snel de boel weer ingepakt en dooooor.                                                                                        16.15 uur, een uur voor de uiterste inchecktijd, reed ik de boot op. Wat een feest. Deel 1 zit erop, avontuur? Ja! Maar  kan niet wachten op de rest.