Alle berichten van Jolanda de Wild

Op de camping

Mork , zie vorige blog,  bleek Pedro te heten.  Die s’ ochtends bij het gedag zeggen met een brede glimlach het schuifraampje van zijn ietwat gedateerde receptiegebouwtje openschoof.  Het deed mij terugdenken aan de tijd toen je als kind winkeltje speelde, alleen dit was toch echt voor het echhie.
Niks wees erop dat hij vaak dronken was of nijdig tegen kinderen zou kunnen doen. Misschien omdat die er niet waren, maar toch, van mij kreeg hij, bij daglicht althans, het voordeel van de twijfel.
Maar ik moet bekennen dat ik, toen het eenmaal donker was, de avond ervoor toch wel een paar keer heb gecontroleerd of de bus wel hermetisch was afgesloten. En heb ik na achten geen verjaardagsneut meer gedronken, want ik wilde er deze keer s’nachts echt niet uit.
En ik beken; heb zelfs de naam en het adres van de camping opgeschreven, mocht ik de hulptroepen s’nachts nodig hebben omdat er iemand om mijn bus zou lopen. Haha, nu lach ik er om, maar echt he?
Na het lezen van de recensies was mijn fantasie flink met mij aan de haal gegaan. Ik noem er een paar:

ratten in de huisjes en het sanitair  van de mannen
– eigenaar is een aangeschoten mafkees
– eigenaar is een zieke persoon
– verouderd en vies sanitair
–  Pablo is erg agressief en 90 % van de tijd dronken en schreeuwt tegen de kinderen als ze te vaak in de speeltuin zijn

Dat dus. Het hielp niet dat ik in mijn uppie op een verder leeg veld tegen de rand van een weiland/ bos kwam te staan. Ik dacht lekker uit de wind, maar dat viel tegen. S’nachts waaide het flink, en ondanks de piep die ik normaal in mijn oor hoor, stond mijn gehoor nu  op scherp en analyseerde ieder geluid.  En dat waren er best veel. Ik besloot met mijn hoofd onder de dekens te kruipen, mezelf toesprekend dat ik op moest houden met die ongein, ik was tenslotte al 54.  Gedraag je er dan ook naar. Het hielp en ik ben uiteindelijk rustig in slaap gevallen, al duurde het wel wat langer dan gehoopt.
Met flinke dorst maar lege blaas werd ik s’ ochtends wakker. De bus bevond zich gewoon op een campingveld in plaats van een plaatsdelict.
Zo zie je maar, die Google recensies, je moet er niet teveel waarde aan hechten. Ieder mens is anders, heeft andere verwachtingen. Je hoort vaak maar 1 kant van het verhaal. En je hebt nou eenmaal een klik of niet.                                                                                         Ratten, die heb ik gelukkig niet gezien. En ja, het sanitair, dat is echt verouderd, maar ik kon er de charme wel van inzien. Het maakt de overgang naar het naastgelegen prehistorische museum niet zo groot.
Bij het betreden van de doucheruimte doe je een stap terug in de tijd. 1 douchecabine, en 2 hokjes met een douchegordijn voor enige privacy. Het sanitair en de douchegordijnen waren (voor het oog in ieder geval)  schoon, het water was warm tot heet, en in de spiegel zag ik mijn eigen spiegelbeeld. Prima camping dus.
Bij het gedag zeggen heb ik Pedro vriendelijk bedankt voor de ” nice stay” , en gezegd dat het een fijne plek was, en dat meende ik voor de volle 100 procent. Waarop ik vervolgens een visitekaartje van hem kreeg met de opmerking:  ” Welcome to come back next year!” .
Zo kan het dus ook.

Zomaar mijn (verjaar)dag

54 kaarsjes en zelf de slingers ophangen. Dat was het thema van vandaag. Ik heb het afgelopen jaar soms al in de veronderstelling geleefd dat ik al 54 was, dus tel uit je winst.
In je uppie in een vreemd land feest vieren, hoe doe je dat? Ik had geen idee, maar ik besloot mijzelf op een mooi tochtje te trakteren. Dus na een sober ontbijt, ik zou onderweg wel ergens stoppen voor een feestmaal op een feestlocatie, bus ingepakt en een  stukje richting het noorden gereden.  Op naar Havstenssund. Waar, volgens het kaartje  ” A wonderful archipelago walk to the bathing bay”  te vinden zou zijn.
Na een opwarmende wandeling langs de inmiddels al bijna “gewoon” geworden Zweedse huizen, kwam ik aan bij het water en kreeg ik het ene na het andere pittoreske plaatje voorgeschoteld. Mooie vergezichten, wolken, rotspartijen, kraakhelder water, rode kwallen, rode huisjes, en een houten loopbrug langs het water richting een kleine jachthaven. Deze was, op een enkele Zweed na, uitgestorven, dus de feestelijke kop koffie ging niet door, maar he, who cares?
Ik had de smaak te pakken en besloot door te rijden naar het Tjurpannan naturreservat.
Een kaartje met wandelroutes uit een houten kastje gevist en voor de rode route gekozen omdat deze langs de kust zou gaan. Het bleek een juiste keuze. Van een waarschuwingsbord, overigens geheel in het Zweeds, maakte ik op dat er grote grazers rondliepen, en er stonden twee telefoonnummers op van ene Hans en Markus. Toch maar even een foto van gemaakt. Ik hou van de natuur maar ik kom liever niet oog in oog met een grote grazer die net zijn dag niet heeft. Automatisch versnelde ik mijn pas. Het zou een snel rondje worden.
Het vlakke heidelandschap veranderde al snel in rotsgebied, en de oranje gekleurde paaltjes leken ineens sterk op de rode. Opletten dus.
Een klein addertje kronkelde het smalle pad over, blij verrast en toch ook een  beetje angstig probeerde ik hem met mijn ogen te volgen, maar hij kronkelde over de lage begroeiing heen en weg was hij.  Snel door, want wie weet lag zijn ouderlijke addergebroed al naar mij te loeren. Vanaf nu dus echt alleen op de paadjes lopen. En ik was blij met mijn lange broek en wandelschoenen.
Met nog geen zicht op het volgende rode paaltje, ging het pad over in grote keien,  dus maar stug, een  soort van “rechtdoor” gelopen en geklauterd en een lichte stress kwam even om de hoek kijken. Moest ik teruggaan, nu het nog kon? Nee, geen denken aan, de zee was in de verte te zien, die trok als vanouds.
Het bleek een gouden zet, geen adders meer gezien, maar de vergezichten logen er niet om.
Een zeeuwmeeuw cirkelde over mij heen en ABBA plopte op:

And I dream I’m an eagle
And I dream I can spread my wings

Flyin’ high, high, I’m a bird in the sky
I’m an eagle that rides on the breeze
High, high, what a feeling to fly
Over mountains and forests and seas
And to go anywhere that I please

Met of zonder rode paaltjes. Ik zou die uitgang wel vinden. En inderdaad, zo’ n anderhalf uur later kwam ik weer terug op de parkeerplaats, waar het busje deed wat hij moest doen, starten, lopen.
Doorgereden naar Tanumshede, dat bekend staat om o.a. prehistorische wandtekeningen.
Ter plaatse via de VVV  een camping gevonden, de eigenaar deed mij aan Mork van Mork en Mindy denken. Vriendelijk lachend.
Plek uitgezocht in een hoek, zoveel mogelijk uit de wind. En helemaal geïnstalleerd kom ik erachter dat je nooit recencies moet lezen, nadat je geïnstalleerd bent. Mork blijkt in sommige recencies meer iets te hebben van een Hork…Dat had de plaatselijke VVV mij nou weer niet verteld. In het donker naar de wc lopen zie ik “ineens” niet meer zo zitten vanacht (held), dus rest van de avond maar niets meer gedronken. Ik hou het wel op en wacht tot de zon weer opkomt.
Gek hoe gedachten en fantasieën met je aan de haal kunnen gaan, in de streek  van Camilla Läckberg. Het is in ieder geval een verjaardag die ik niet snel zal vergeten. Godnatt!

Km vreter

“Wat een avontuur! “, dat was over het algemeen de reactie die ik kreeg als men hoorde dat ik met het busje in mijn uppie naar Zweden ging.
Of ik het niet spannend vond? Wat als er iets gebeurt? Tja, geen idee, dat zien we dan wel weer. Ik vraag mij liever af,  Wat als het goed gaat? Ik ben linksom of rechtsom over 2 weken zowieso weer een paar ervaringen rijker. Heerlijk even uit je comfortzone, in een vreemde omgeving en gaan.
Zuslief en zwager wonen nu al een paar jaar in Zweden, en ik ken hun stek alleen maar van horen zeggen of van foto’s. Tijd om zelf eens een kijkje te gaan nemen. Dag voor vertrek kleurde de coronakaart groen, dus geen excuses meer.
Al was het in de laatste week nog even spannend of de bus op tijd klaar zou zijn na een reparatie/ vervanging van o.a de achterremmen. Niet echt onbelangrijk, dus kon niet worden uitgesteld. Het bestelde onderdeel was op tijd binnen en de  vrijdag voor vertrek stond ie met een kleine  495.000 km op de teller weer startklaar.
Op naar Kiel, vanaf waar de nachtboot  mij naar Goeteborg zou brengen. Om vervolgens de volgende dag uitgerust weer aan wal te gaan voor de laatste km’ s naar Munkfors.
Volgens de ANWB zou de rit vanaf Apeldoorn zo’ n 5  uur in beslag nemen. Voor de zekerheid toch maar lekker op tijd vertrokken, je weet maar nooit. Om 8.30 reed ik weg.
Dus ja, spannend, dat was het aan de ene kant wel, zeker de eerste km’s. Als je niet oppast hoor je overal nieuwe geluiden. Ach, het moet toch heel gek lopen als ik die boot niet haal,  tot 17.15 kon je inchecken, moet lukken. Muziek aan, route op je scherm, en gaan.
Eenmaal de grens over, had ik geen bereik meer en lukte het niet om Google maps  op mijn scherm  te krijgen, dus overgestapt op een oude routekaart die ik van mijn andere zus had meegekregen, onder het mom, ” Je weet maar nooit”. Geeft wel een soort van een “old fashioned” vakantiegevoel, passend bij de bus.
De klok tikte rustig door, en de bus deed lange tijd wat hij moest doen, niets aan het handje.
Het bleek echter drukker dan verwacht en de wegwerkzaamheden in Duitsland zorgde voor veel vertraging.
In de omgeving van Hamburg aangekomen, werd het verkeer richting tunnel gedirigeerd. Invoegend verkeer probeerde een plek te veroveren. Geen vluchtstrook. Het was een beetje krap en inmiddels reden we stapvoets.  Ach, dit zou waarschijnlijk het laatste oponthoud zijn.
Een harde waarschuwingspiep, en een lampje in het dashboard lichtte uit het niets op. OMG. Niet nu. Niet nu het einde in zicht is, maar de tijd toch ook wel  begint te dringen. Met Hamburg al in zicht, de bus vlak voor het eind van de korte invoegstrook, en nog voor ik de tunnel in zou gaan, aan de kant gezet. Strak tegen de vangrail. Gevarendriehoek op de weg, en met het knipperlicht aan, was ik toch wel heel blij dat men  stapvoets reed. Daar sta je dan, met je avontuurlijke insteek. Het begon gezellig te regenen en ik zag mijzelf in gedachten al een boot missen. Het zal toch niet..
Nee, tuurlijk niet, dat niet! Mag gewoon niet!             Het boek van de bus gaf aan dat er iets met de remmen moest zijn en dat je ” Direct naar een garage moest” . Hoe dan, die waren gerepareerd! 24 uurservice van Aveco gebeld. Een vriendelijke vrouw uitgelegd wat het probleem was en gezegd dat de remmen net (deels) waren vervangen. Bij navraag bleek dat ik er mee door kon rijden, zou iets met een verkeerde instelling van een sensor zijn, omdat ik totaal geen problemen had gehad tijdens de rit. Pffff, hoe blij kan je zijn. Snel de boel weer ingepakt en dooooor.                                                                                        16.15 uur, een uur voor de uiterste inchecktijd, reed ik de boot op. Wat een feest. Deel 1 zit erop, avontuur? Ja! Maar  kan niet wachten op de rest.

Zomaar mijn dag

Strak 9 uur zat ik bij de kapper. Dag daarvoor dacht ik nog, waarom eigenlijk, het zit net lekker, ok, die pony, die mag getemd, maar voor de rest, lekker laten waaien.
Toch maar gegaan, het was nu echt te laat om af te bellen en heb  het dus maar een ietsepietsie laten bijwerken. We waren het er lachend over eens, niets meer aan doen. De knipbeurt van de pony was gratis, het gezellige gesprek ook en de koffie was hemels.

Zo maar EEN dag.

Doorgefietst naar de Paleisparken, wandelafspraak ging helaas niet door, toch maar rondje gelopen, ik was er nu toch. En  uit het niets klonk daar ineens Paul de Leeuw in mijn oor:

“S Morgens word ik wakker
Met zo’n onbestemd gevoel
Dan denk ik ach wat kan ’t me schelen
Ik laat de boel gewoon de boel
Neem een doucheje, strijk een bloesje, en ik hijs me in m’n broek
En ik ga zomaar een middag bij m’n neefjes op bezoek
Zomaar een dag
Waarin ik zelf alles mag
Zomaar een dag
Zomaar een dag
En wat er ook gebeurt ik lach
En al giet het pijpenstelen
Moet ik al mijn dekens delen
Of ze zeggen met zovelen dat ik nooit meer zingen mag
Het kan me nu niet schelen
Wat het is zomaar mijn dag!

De bomen in het paleispark waren op hun groenst. De natuur was echt ontploft. De grote dikke, brede bomen vind ik het mooist. “Ineens”  zag ik een link met de mensen om mij heen. Niet dat die dik zijn, maar de takken van die grote bomen staan voor mij symbool voor de vele soorten  vriendschappen die ik om mij heen ervaar.
Vriendschappen, die ooit begonnen als dunne twijgen, waarvan je niet wist of ze zouden blijven bestaan, zijn nu dikke  stevige takken, waarvan inmiddels gebleken is, dat je er al je lief en leed aan op kan hangen, die meezwiepen met de storm en toch steeds weer in hun oude vorm terugschieten. Zonder oordeel. Sommigen op afstand, soms uit onverwachte hoek, en anderen altijd dichtbij.

Al mijmerend liep ik door, Paul de Leeuw zong vrolijk verder en ik, ik zong in gedachten lekker mee:

Of ze zeggen met zovelen dat ik nooit meer zingen mag
Het kan me nu niet schelen
Wat het is zomaar mijn dag!

De lucht betrok, dat stukje  van ” En al giet het pijpenstelen” , zou zomaar wel eens uit kunnen komen. Kon ik het gelijk in de praktijk brengen. Ondertussen kwam ik de nodige andere wandelaars tegen. Is het je weleens opgevallen hoeveel manieren er zijn om elkaar te begroeten? Een stijfjes  “goededag” , een lang en opgewekt “daa-aa-aaag!” , een simpel “hoi”, of alleen een  instemmend knikje, of het totaal negeren, toch ook een soort van begroeting.

Zomaar EEN dag.

Op weg naar huis, wat van die goddelijke bonbons van Maassen, en een paar  “IJskadobollen” van van Swoll gehaald. Rondje naar mijn oude buurtjes stond vandaag ook op mijn to-do-lijstje.                      Vervolgens de presentjes afgeleverd, wat resulteerde in blije gezichten, in een goed gesprek aan de keukentafel en in de tuin en later die dag apps van hen die er niet waren. Een actie waar je zo de hele dag plezier van hebt. Bij thuiskomst  een afspeellijst van Paul de Leeuw gedownload. Smaakte naar meer. Langleve Spotify!

Zomaar EEN dag.

Daarna naar Leusden doorgereden voor een bezoekje aan mijn ouders. Ze beginnen te kraken en te piepen, het leven valt soms echt niet mee, maar ze redden het nog saam, met de nodige hulptroepen om hen heen. Gekookt, samen gegeten en maar weer eens wat oude foto boeken doorgebladerd. Dierbaar om dit te kunnen doen, je ziet en voelt de ontspanning ontstaan, ziet ze even wegdromen in die goede oude tijd, met sprankels in de ogen i.p.v. twijfel, vermoeidheid en onzekerheid en toen ik wegreed klonk Paul de Leeuw weer in mijn oor, deze keer met een vertolking van  ” Une belle histoire“, samen met Alderliefste.

“En wat ben ik blij dat ik je zo graag zie
Jij hebt kleur aan mijn dag gegeven”

Zomaar MIJN dag!

Gemis

 

Dit is de grote vrijheid
je mag zeggen wat je denkt
niet dat het iets uitmaakt
met hoeveel je ook bent
ze doen toch wat ze willen
al moet de hele boel vergaan
lief, trek iets moois aan
want we gaan
dansen dansen dansen
dansen(3X)
op de vulkaan
straks is het verboden
of te laat om nog te gaan

Tekst: Huub van der Lubbe
Muziek: Hans van der Lubbe, Antonie Broek

God, wat kan je sommige dingen toch missen….

Vanavond zat ik wat schrijfoefeningen te doen, gewoon, lekker uit de losse pols, in een schrift met pen, met de dagelijkse “schrijfingang” van Geertje Couwenbergh. Sinds januari  ontvang ik dagelijks een mail van haar met een “schrijfingang”, zoals ze dat zelf noemt. Leuke manier om je schrijfspieren te trainen, wakker te schudden of gewoon omdat het lekker ontspannend is. Ik moet bekennen dat ik flink wat dagen achterloop, maar who cares?

Op de achtergrond muziek van mijn playlist op  Spotify en schrijven maar. Heerlijk. Kan altijd, zeker in deze tijden van de avondklok.  En uiteraard, in mijn lijst komt natuurlijk ook De Dijk wel een paar keer voorbij. Wie mij wat langer kent,  zal dat niet verbazen. Voor corona, heb ik ze regelmatig gezien in Gigant, zo vaak, dat ik , bij het bestellen van de zoveelste kaarten wel eens heb gedacht, “Zal ik het niet een keer overslaan, we hebben ze nu toch wel gezien?” Ik kan mij er momenteel niets bij voorstellen, overslaan, doe even normaal!! Ik zou er ik weet niet  wat voor over hebben om morgenavond in de popzaal van Gigant te kunnen staan, met een paar honderd man en vrouw om mij heen, stevig op elkaar gepropt, er kan nog meer bij,  ja, zelfs die enkeling die vergeten is om deo op te doen en wild om zich heen staat te zwaaien met klotsende oksels, wat maakt het uit?!

Ik wil dansen, dansen, dansen op de vulkaan
Straks is het verboden, of te laat om nog te gaan!

Vroeger dacht je wellicht, bij het horen van die zin, verboden, pfff, hoezo, zou dat ooit worden verboden, hier in Nederland?  Nou, inmiddels weten we wel beter.

Omdat een digitale concert ervaring  momenteel altijd nog beter is dan niets, ben ik op zoek gegaan naar live opnames en kwam ik, hoe leuk!!, deze Full Concert opname van een concert in de Melkweg te Amsterdam in 2000 tegen en kreeg bij het kijken en luisteren  ervan toch een beetje het gevoel weer even tussen het publiek te staan. Ook al zat ik achter mijn laptop, met een glas bier op tafel en een kat op schoot.  Ik lag er in ieder geval weer eens ouderwets laat van in mijn bed, net echt. En morgen?  Morgen word ik Wakker in een vreemde wereld, wat gebeurt hier allemaal?

Met dank aan de mensen bij Maxazine.nl  die deze concert belevenis  mogelijk hebben gemaakt. Klik hierboven of hier  op de groene tekst, kijk, luister en geniet!

Dodenrit

Wat hebben drs. P. en André van Duin met elkaar te maken? Op het eerste oog niets, maar vandaag zorgden ze beiden voor een glimlach op mijn gezicht. Door een lichte corona geveld, zat ik in mijn quarantaine kamer en luisterde met interesse naar de berichten over de verwachte sneeuwstorm die inmiddels over ons land raast. Ik houd ervan, de natuur op zijn sterkst, we kunnen van alles willen, maar zullen ons erbij neer moeten leggen dat het een weekend zal zijn, anders dan anders. Met mooie plaatjes in het verschiet, dat wel, maar ook zullen er ongetwijfeld beelden van sneeuwleed aan ons voorbij trekken.

Een bijpassend nummer doorspekt met sneeuwleed, wie kent het niet, is het nummer De dodenrit” van drs. P. ” Trojka hier, Trojka daar, moeder is de koffie klaar“. Sneeuw, extreme kou, afzien, keuzestress, spanning, en een flinke dosis humor, het zit er allemaal in, en als kind  vond ik het al een geweldig nummer.  Met een beetje kinderlijke fantasie waande je je op de slee, en hoopte je dat jij genoeg talent zou bezitten om niet van de slee te worden gegooid.

Nu, midden in de coronapandemie, struikelen we steeds meer over berichten over wie er het eerst gevaccineerd moeten worden, en zodra je daar over nadenkt bemerk je dat ook jij inmiddels wellicht toch een voorkeur hebt. De kwetsbare ouderen, die ondanks hun beperkingen nog niet klaar zijn met hun leven, het oververmoeide zorgpersoneel, dat kampt met burn out klachten, of toch die politieambtenaar die zijn gezinsgeluk in de waag stelt voor een paar relschoppers, de ambulancebroeders die maar heen en weer blijven rijden, als ze niet eerst wat naar hun hoofd gegooid krijgen, of de onderwijzers, die maandag ” gewoon” weer in de frontlinie worden gezet, of toch juist de jonge, fysiek sterkere generatie, die hun toekomst steeds meer in rook zien opgaan voor ze er überhaupt aan begonnen zijn? En wat te denken van al die anderen die op een wachtlijst staan, voor een niet minder belangrijke operatie. Wie geven we het eerst weer wat “speelruimte”, en wie gooien we met het nemen van die beslissing daardoor gevoelsmatig misschien toch wel voor de wolven? Weet jij het?

Als je het al denkt te weten, dan spreek je dat niet uit want dat klinkt zo fout, want beslissen over leven en dood, daar probeer je zo ver mogelijk van af te blijven. Want wat geeft jou het recht? En ondertussen bevinden we ons met zijn allen meer en meer in een dollemansrit, opgejaagd door corona, een grote boze wolf. Trojka hier, trojka daar, geef mij die injectie maar!

Ons geduld wordt zwaar op de proef gesteld, We proberen zoveel mogelijk weg te duiken van de wolven en proberen ons voor te stellen dat er ooit weer betere tijden zullen komen. Waarin je je weer vrij van A naar B kan verplaatsen, in overvolle bussen, vliegtuigen, en treinen stapt en je blij zal zijn dat je je weer op een gezonde manier kan ergeren aan luid bellende medereizigers, die niet door hebben dat ze in een stiltecoupe zitten. Weet je het nog? Ja, daar maakten we ons nog niet eens zo heel langgeleden wel eens druk over…..pff, mag die tijd alsjeblieft weer terugkomen? Eens kijken hoe snel we ons dan weer lopen te ergeren of zouden we toch wat hebben geleerd, de afgelopen maanden?

Mijn moeder lag onlangs in het ziekenhuis, en om de eenzame uurtjes op haar kamer wat te veraangenamen, ben ik filmpjes van André van Duin gaan doorsturen, die ze via haar tablet kon bekijken. Vroeger bleef je daar voor thuis op de zaterdagavond, met een zelfgemaakte tompouce lag je op het kleed voor de tv en kwam je niet meer bij van het lachen . Heerlijk. Het bleek dat er genoeg beeldmateriaal bewaard is gebleven. En dat ze nog steeds dezelfde uitwerking op ons hebben. Tranen over de wangen, ook de shots van het publiek zijn heerlijk om naar te kijken. Ook nu ze weer thuis is, blijf ik ze doorsturen. Ik kwam de opname André van Duin, Trein naar Groningen vandaag tegen en hij past nog prima in het tijdsbeeld dat ik hierboven heb geschetst, dat van die volle trein met de nodige irritatie over een ietwat uitbundige medereiziger. Ik heb er hard om moeten lachen, even geen wolven hijgend in mijn nek, en zo was de link tussen drs. P en André van Duin ineens gelegd.

Al dreigen de wolven je in te halen, vergeet niet af en toe te lachen. Dus kijk en geniet!

 

 

Credits foto: https://pixabay.com/nl/users/wikiimages-1897/

 

 

 

Schrijfkilometers

Lang geleden ging ik in de zomer hardlopen om mijn conditie op peil te houden voor de volleybalcompetitie die kort na de vakantie van start ging. Ik liep omdat het moest, maar had er eigenlijk een hekel aan. Ik deed nou eenmaal liever iets met een bal.

En ondanks een trainingsschema dat je zo goed en zo kwaad wekenlang had gevolgd, bleek achteraf dat geen mens gemaakt is voor het maken van kikkersprongen in een zaal. Meer dan de helft van het team lag na de eerste trainingsweek op de massagebank en kon even niet meer voor of achteruit. Heb nog nooit een fysio zo horen schelden als de onze.

Nog niet zo lang geleden liep ik juist graag hard. Het liefst in het bos, over smalle, soms steile kronkelende paden, die in de herfst/ winter vaak sompig van de regen waren en in de zomer dor en stoffig. Het geglibber door de modderige bossen zorgde ervoor dat je even al je aandacht moest richten op het zonder blessures thuiskomen, terwijl ondertussen gedachtenstromen “aan” of juist “uit” werden gezet. Zomers liep ik voor de alles overheersende hitte van de nog maar net begonnen zomerdag uit, al rennend, zwetend, lekker samen met de natuur ontwaken. Dieren, planten, mooie lichtinvallen, er was van alles te zien terwijl je ondertussen genoot van de geur van het bos. Een geur die ik standaard in mijn huis zou willen hebben. Afgewisseld met die van de zee.

Tegenwoordig verbieden mijn voeten mij om te gaan hardlopen, en maak ik op een andere manier km’ s. Wandelend of per fiets. Maar ook maak ik “schrijfkilometers”. Ik ga hierbij niet snel, er zit (nog) niet echt een regelmaat in, maar zodra ik wil en er tijd, rust en inspiratie is, begin ik en ga door tot ik geen zin of energie meer heb. En als ik dit zo schrijf, vallen mij de overeenkomsten met het hardlopen op.

Deze km’ s geven mij op een of andere manier dezelfde voldoening als de km’ s op mijn hardloopschoenen, alleen word ik er niet moe van, raak ik nooit buiten adem, smaakt het altijd  naar meer, en blijkt de natuur hiervoor een bron van inspiratie. Soms lukt het voor geen meter, en kom ik maar niet vooruit. Ik ben ook maar een mens.

Vanmorgen was ik vroeg op en zat in de tuin, te kijken naar de (baby!)eekhoorn in de boom en tikte in alle rust mijn “schrijfkilometers” weg op het kladblok van mijn mobiel.. En zo ben jij, na het lezen van dit stukje, zonder dat je er erg in hebt gehad, samen met mij opgelopen tijdens het maken van mijn “schrijfkilometer”, ik vond het gezellig, volgende keer weer?

De leugenbank

Snotolf, doorzichtige zakpijp en zeedruif. Zomaar een paar namen van zeedieren waar ik nog nooit van had gehoord. Maar gelukkig zet Natuurmonumenten ze in het zonnetje en wel in De Schelphoek Hammen op Schouwen Duiveland. Bijzondere beesten in een bijzonder stuk Zeeland. Misschien is hun naam wel afgeleid van respectivelijk, de snotaap, klootzak en zee-oetel, waar ik dan wel weer van gehoord heb, maar die geen van allen echte dieren zijn. De klootzak komt hier trouwens wel voor, want die was te herkennen aan het spoor van lege blikjes die hij/zij achteloos op het strand had achtergelaten….

Vroeger huurden mijn ouders een stacaravan in Zeeland. Van Corona had ik toen ook nog nooit gehoord en geluk was nog heel gewoon. Want wat was ik blij, toen mijn ouders met zo’ n coole koelbox op de proppen kwamen, en wel zo’ n mooie oranje uitvoering, hoe hip! Waar, als we dorst hadden gekregen van het kuilen graven en kastelen bouwen, een fles Sisi en de enige echte chocomel van Nutricia uit te voorschijn kwam. Lekker koud geserveerd in de evenzo groene hippe Tupperware bekers was dit een waar feest voor je smaakpapillen en zo blijft dit voor mij een onuitwisbare vakantie herinnering. Zo mooi kan simpel zijn.

Vakantie anno 2020 is een ander verhaal. Schouwen Duiveland verdient wat mij betreft zeker het stempel “Coronaproof”. Als je Renesse een beetje links laat liggen (Sorry, maar de supermarkt daar is echt niet Coronaproof), en op je fiets de fietsknooppunten volgt, word je dwars door de polders, slingerend door de duinen, over de winderige dijken en door de bossen heen geleid. Variatie genoeg voor wie van fietsen houdt, maar ook wandelend kom je hier zeker aan je trekken.  Kop in de wind en gaan. Onderweg staan er vele uitnodigende bankjes waar ik dankbaar gebruik van heb gemaakt. De meeste daarvan zijn zonder tekst, maar in de duinen kwam ik er een tegen met een  herinneringsplaatje, met daarop de wens geschreven dat ” Een ieder die hier zit, er met net zoveel plezier mag zitten als onze ouders ….en….altijd hebben gedaan.” Mooi toch?

De bankjes leenden zich prima voor het lezen van een boek,  lekker in de zon, geen afleiding door mensen die naast je kwamen zitten door de voorgeschreven 1,5 meter afstand. Ik had “Jongleren met vermicelli” van Sigrid van Iersel meegenomen. Een heerlijk ” doe” boek waarin je o.a. wordt aangemoedigd om je durfspier op te rekken . 

In Brouwershaven fietste ik langs drie bejaarde mannen, zittend op, daar is ie weer,  een bankje, deze keer met uitzicht over, hoe kan het ook anders, de haven. Ze hadden het duidelijk naar hun zin. De eerste keer dat ik voorbij fietste keken we elkaar nieuwsgierig aan, gevolgd door een groet. Ik was waarschijnlijk een van de vele toeristen, die dagelijks aan hen voorbij trok. Op de terugweg passeerde ik dit guitige drietal weer, ik zei dat ze maar boften dat ze hier woonden, en dat meende ik oprecht. Ze knikten en vroegen lachend of ik “Alsjeblieft niet alle haaien mee wilde nemen. ” “Huh, haaien? Nee hoor , wees niet bang” en ik fietste door. Stelletje lolbroeken.

Op de hoek van de straat bestelde ik een kop koffie en nam mij voor om straks nog een keer bij ze langs te gaan, om te vragen of ze niet een mooi verhaal voor mij hadden, “nee” heb je en “ja” kan je krijgen. Ze leken tenslotte goed gemutst en wel in voor een praatje. Goeie oefening voor de “durfspier”, al heb je hier nou ook weer niet zo heel veel lef voor nodig. Alles voor een goed verhaal, lees blog. Helaas, ze waren weg. Wat bleef was een lege bank met het opschrift “Leugenbank”. Toen ik dat las, vond ik het des te jammer dat ik ze de vraag niet eerder had gesteld. Ik had ze maar wat graag hun verhaal, desnoods aangedikt met de nodige leugens, willen laten doen. Echt een gemiste kans.

Er bleef niets over dan op internet te kijken wat er te vinden is over het fenomeen ” Leugenbank”.
Het Woordenboek der Nederlandsche Taal noemt het een plek “waar leegloopende lieden, b.v. zeelieden aan den wal, zich dagelijks verzamelen en allerlei verhalen opdissen”, met als vroegste gebruik in het jaar 1645.
Begin 21e eeuw wordt een plek waar bewoners zo nu en dan samenkomen voor het uitwisselen van roddel en achterklap vaak een hangplek genoemd.”

Deze drie mannen waren dus welbeschouwd gewoon de hangjongeren van Brouwershaven. Zo zie je maar weer, niets is wat het lijkt. Het begrip hangjongeren krijgt voor mij hierdoor in ieder geval een hele nieuwe dimensie.



Als je haar maar goed zit

Help! Mijn kapster stopt ermee, ruim 20 jaar was ik vaste klant. En nu moest ik dus op zoek naar een nieuwe, die snapt wat ik bedoel als ik zeg ” Doe maar een lekkere rommelkop”. Oftewel, een losse coupe, goed geknipt, dat wel graag, maar vooral niet te deftig, na het wassen wat schuim erin, hoofd ondersteboven, föhn erop, beetje wax erin en klaar. Dat dus. En als het even kan, nog net lang genoeg om het achter op het hoofd vast te kunnen zetten, want ik heb graag een escape bij een “bad hairday”. Bijvoorbeeld in deze tijden van corona, waarbij mijn laatste knipbeurt, zo bleek, op 27 februari! jl. is geweest. Dat is drie maanden geleden! Geen overbodige luxe om op zoek te gaan dus.

Mijn eerste levendige herinnering aan een kapper, is die van een herenkapper in Amersfoort. Knipbeurten die hieraan vooraf zijn gegaan, kan ik mij niet herinneren, blijkbaar was ik tevreden met het resultaat. Hoe ik in Amersfoort terecht ben gekomen? Ik heb geen idee, maar ik vermoed dat het iets met de prijs te maken heeft gehad. Ook voor de tandarts gingen we als gezin jarenlang naar Amersfoort, in mijn beleving was dat destijds een tandenheks van een jaar of 70, die waarschijnlijk in het echt mijn huidige leeftijd zal hebben gehad, maar dat terzijde, dat is weer een heel ander verhaal. Misschien had je in Leusden toen nog niet zoveel keuze op dat gebied.

Model bloempot, iets anders kende de herenkapper niet. Ik besloot het te laten groeien, en eenmaal op de juiste lengte, zou mijn moeder mijn dunne steile haren veranderen in een weelderige bos met krullen door het zetten van een thuispermanent. Bij volwassen vrouwen destijds heel populair. Iedereen kon dat, appeltje eitje. Enige nadeel was dat het enorm stonk, maar daar kon ik wel mee leven. De voorgeschreven inwerktijd werd iets verlengd, want dan had ik er lekker lang plezier van. Nou, me dunkt… Nog net niet huilend van ellende fietste ik de volgende dag in volle sprint naar Amersfoort, met de opdracht ” Zo kort mogelijk graag!”. Voor nog geen tien gulden werd mijn kapsel bijna gemilimeterd. Het hele permanent er weer uit, alles beter dan een bos nepkrullen waarbij je de afdruk van de wikkels nog zag zitten, nadat ze er al lang en breed uit waren. Van de fietstocht terug naar Leusden kan ik mij niets herinneren, het verbaasde gezicht van mijn moeder des te meer.

Het zelf blonderen kwam in de mode, “Sprayblond” beloofde je mooie blonde lokken, kwestie van even sprayen, föhn erop “Et voila!”. Dus ik ging voor pittig kort blond. Wit werd mijn haar en de huid van mijn handen ook. Dit goedje was zo chemisch dat het een reactie gaf met mijn zweetdruppels tijdens het volleyballen, waardoor mijn haar een groene gloed kreeg.

Mijn eerste bezoek aan een echte kapperszaak was bij Ad Peters. Als sponsor van ons volleybalteam, kreeg ik eindelijk de door mij zo gewenste bos met krullen en een nieuwe, gezonde kleur, wat een verwennerij.

Maar aan al het goede komt een eind, deze sponsoring hield op waardoor ik mijn haar maar weer zelf ging kleuren en de krullen er in fase’ s uit liet knippen. Henna was destijds hot, en door het te mengen met koffiedik, zou de kleur intenser zijn. Ook dat heb ik geweten. Op rondreis door Indonesie, moest ik vanwege mijn lengte vaak met mensen op de foto, en werd mij door een klein mannetje doodleuk verteld dat ik op een orang- oetang leek. Afgaande op mijn haar kleur destijds en de lengte van mijn armen, snap ik deze vergelijking achteraf ook wel. Ik bedenk mij nu dat een foto van mij misschien wel ergens in een plakboek zit met “orang-oetang” als onderschrift.

Op zoek naar een nieuwe kapper, bleek dat er op afstand van nog geen 500 meter, tientallen kapperszaken te vinden zijn. Op gevoel een keuze gemaakt en de eerste afspraak staat. Ik ben benieuwd wat ze mij gaan adviseren, pittig kort, een Bob of toch in lagen, krullen, of wie weet, aan 1 kant opgeschoren, we gaan het zien. Wat ik wel weet is dat ik ze zeker niet zomaar de vrije hand ga geven, ik heb genoeg geëxperimenteerd met mijn haar, aan mijn hoofd geen polonaise meer.