Categoriearchief: Diversen

Ideeënsafari deel 5 / The big five

Op zoek naar informatie over Thailand, viel mijn oog op het boek “Thaise olifanten van de straat” van Antoinette van de Water. Het stond tussen de vele Lonely Planet’s en andere reisgidsen, maar die had ik al thuis liggen.
Olifanten, hét symbool van Thailand, duiken in iedere gids over Thailand op. Ook behoren ze tot “The big five”, de vijf dieren die iedere safariganger in Afrika gezien wil hebben. Maar, zo stelt Sigrid in haar introductie van deel 5 van haar ideeënsafari, of men ze dan ook te zien krijgt, wordt uiteindelijk grotendeels bepaald door het toeval.
In deel 5 daagt Sigrid je uit om het toeval toe te laten, hierdoor zouden wel eens nieuwe inzichten en zelfs doorbraken kunnen ontstaan.
Was het toeval, dat ik uitgerekend nu, tussen de reisgidsen, dit boek tegenkom? Met een vakantie naar Thailand in het verschiet, staat een jungle tocht hoog op onze verlanglijst, maar in Thailand komt er hierbij heel vaak een olifant aan te pas. Ik voelde weerstand bij het zien van foto’s van toeristen op een rug van een olifant. Tijd om mij er eens meer in te verdiepen.
De olifant, een van nature, vriendelijke kolos van zo’n 6000 kg en bijna 4 meter hoog. Voelen ze zich bedreigd, dan kan je maar beter niet in de buurt zijn. Op YouTube zijn genoeg filmpjes hiervan te vinden. Wat ik mij bij het zien van deze filmpjes dan afvraag is: hoe krijg je zo’n kolos zo volgzaam, dat je hem dag in dag uit met toeristen op zijn rug de jungle en/of rivier in laat lopen? Of (stomme) kunstjes laat doen? Een voetballende of schilderende olifant, wie bedenkt zo iets?
In het hierboven beschreven boek is te lezen dat een olifant ongeveer 40 specifieke bevelen kan leren op te volgen. Dit gebeurt tijdens een phajaan, wat letterlijk  “het kraken” betekentOm de wil van een baby olifant al op jonge leeftijd te breken, wordt hij opgesloten in een houten kooi waarin hij zich niet kan bewegen. Hij wordt geslagen en geprikt in zijn slurf, oren en tussen zijn tenen, daar waar de huid het meest gevoelig is. Hij krijgt weinig te eten en te drinken, schurende touwen en kettingen zorgen er verder voor dat hij niet weg kan, martelen is het enige woord dat m.i. hier op zijn plaats is. Zijn “baas”, de mahout, probeert op deze manier duidelijk te maken dat zijn bevelen er zijn om te worden opgevolgd, zo niet, dan zal uiteindelijk de olifant slim genoeg zijn om te beseffen wat de consequenties zullen zijn van zijn weigering…..
Na verloop van tijd, stoppen de meeste olifanten met hun verzet, hun wil is “gekraakt”, waarna de echte “training” kan worden gestart, zodat hij kan worden klaargestoomd voor de toeristenindustrie.
Getriggerd door het boek, ging ik op zoek naar meer informatie en vond ik op internet het volgende bericht: http://tipsthailand.nl/olifant-rijden-thailand/ . Na het lezen van zowel het boek als dit artikel wist ik het zeker, van mij zal je geen foto’s zien, zittend op de rug van een olifant. Mochten we een reservaat tegenkomen, dan weet ik nu waar ik op moet letten. En ik weet nu ook dat de organisatie “Bring The Elephant Home” bestaat, waarvan ik hoop dat ze nog lang hun werk mogen blijven doen.  Lees hier over hun project “Bee the change”, waarmee ze de boeren, de olifanten én de bijen helpen. Ik vind het een prachtig project en hoop er wat van te kunnen zien deze zomer.
Rest mij te zeggen: “Bedenk goed wat je met je laatste Rolo doet!” , ik heb die van mij zojuist toch maar zelf opgegeten, geen olifant te zien hier.

 

 

 

 

 

Ideeënsafari deel 4 / Verken de grenzen

Met deel 3 van de Ideeënsafari nog te gaan, kreeg ik de stof voor een blog over deel 4 vandaag “zomaar” in de schoot geworpen.
Sigrid schreef over deze etappe: “We leven in een vrij land, maar tegelijkertijd lopen we overal tegen grenzen op, schuttingen, muren, verbodsbordjes etc.”  Ze daagt je uit om eens te onderzoeken tegen welke grenzen je aanloopt. Mag je zomaar overal foto’s van maken tijdens je safari? Wat zijn jou grenzen, kan je iets doen wat je eigenlijk niet durft?
Vandaag, 25 april, werd de jaarlijkse RMS herdenking in theater Orpheus gehouden. ’s Ochtends begon de dag al vroeg met het indrukwekkende, brommende geluid van de vele motoren, dat tot vroeg in de avond te horen was.
Ik gun iedereen zijn feestje, maar ik loop ieder jaar tijdens deze herdenking weer tegen mijn grens aan. Noem het een fatsoensgrens. Want jaar in jaar uit zie ik op deze dag wildplassers, die het blijkbaar heel normaal vinden om tegen de schutting van onze overbuurvrouw te plassen, die de pech heeft schuin tegenover de uitgang van de parkeergarage van Orpheus te wonen. Op het moment dat de wildplasser door heeft dat ik hem (helaas) zie staan, gaat hij onverstoorbaar door. Ik zou hem het liefst willen vragen of hij dat normaal vindt. Hoe hij het zou vinden als mensen bij hem in de tuin zouden gaan staan, terwijl er vele (tijdens deze dag voor de bezoekers opengestelde toiletten) op 2 tellen loopafstand te vinden zijn. Ook zou ik willen vragen of hij het normaal vindt dat de straten rondom Orpheus weer bezaaid met afval liggen na zo’n dag als vandaag. Maar ik durfde niet.
Mensen schuilen voor de regen, onder de luifel van een winkel, tegenover Orpheus. Het lukt ze droog te blijven, maar ze moeten hiervoor wel in een strook afval staan. Het schijnt ze niet te deren, ook de kleine kinderen die er bij staan vinden het waarschijnlijk al heel normaal. Ik had er graag een foto van wil maken, maar ik durfde niet. Ik had graag even de discussie willen aangaan met de mensen die in (wellicht hun eigen) afval stonden te schuilen, maar ik durfde niet. Hier lag mijn grens. Dus liep ik door.
Vervolgens viel mijn blik op een zak met afval. Netjes door een bezoeker neergelegd op de hoek van het grasveld bij de ingang van de parkeergarage van Orpheus. Alsof men het de opruimingsdiensten van de gemeente Apeldoorn ietsjes makkelijker wilde maken door het zwerfafval alvast “verzameld” voor ze neer te leggen. Oké, het is misschien goed bedoeld, maar ik vraag mij dan toch af: “Waarom neem je die zak niet gewoon mee in je auto om het vervolgens thuis in je container te gooien?” Hoe moeilijk kan het zijn. Als je het niet voor jezelf doet, doe het dan voor je kinderen.

 

 

Ideeënsafari deel 2 / Vogeltje wat zing je vroeg?

In deel 2 van de Ideeënsafari daagt Sigrid je uit om met je oren ideeën te “vangen”. Ze vraagt je een geschikte observatiepost te kiezen in je omgeving om vervolgens doelbewust naar de geluiden om je heen te luisteren. Daar had ik even niet zo veel tijd voor, maar al lopend door ons huis, kwam ik als vanzelf terecht bij geluiden uit de serie, “huis-tuin-en keukengeluiden”.
Nu het voorjaar heel voorzichtig  is begonnen, kan ik intens genieten van het “simpele” gefluit van al die vogels. Ruim voor de wekker gaat, beginnen ze al met hun gezang, de één nog mooier dan de ander. In gedachten hoor ik Paul de Leeuw zingen:  “Vogeltje wat zing je vroeg, is de dag niet lang genoeg?” Nee, de dag is altijd veel te kort, omdat het tegen vieren, zo s’morgens tegen vieren, omdat het dan pas echt gezellig wordt……..”
Hier worden andere “vogeltjes” bedoelt dan die ik hierboven beschrijf, maar ik spot beide soorten hier bij ons thuis. Met kids die soms pas richting stad gaan als ik mijn bed in duik en zo’n beetje thuis komen op het moment dat de merels, mussen, boomklevers en ander gevogelte het juist weer de hoogste tijd vinden om een nieuwe dag te beginnen met hun gezang. Gek, maar ik ben op dat vroege tijdstip nog steeds blij als ik ze hoor. Blij word ik van het fluitconcert buiten, dat aangeeft dat de lente er weer aankomt. Maar ook van het geluid van deuren die zachtjes worden opengedaan door onze eigen “vogels”, die weer veilig uit de stad zijn teruggekomen.
Een bericht op de radio over Syrië, maakt dat ik mij afvraag of vogels het aanvoelen of het ergens veilig is of niet? Zou je in oorlogsgebied ook nog vogels horen of vluchten vogels uiteindelijk ook voor oorlogsgeweld? Ik vrees het laatste. Hoe zou het zijn als er geen vogels (meer) zijn? Ik kan mij er niets bij voorstellen, dat zou ik echt een heel groot gemis vinden. En dan heb ik het natuurlijk niet alleen over de versie met veren, maar ook over onze eigen “vogels” die de nacht vaak véél te kort vinden.

 

 

 

De Wasstraat

De eerste keer dat wij met onze VW bus door een wasstraat reden zal ik niet snel vergeten. Toen het water vanuit een bepaalde hoek tegen de achterkant van de bus werd gespoten, gutste het water via de linkerhoek naar binnen…..Een afwasteil behoort tot onze standaard uitrusting, maar die eerste keer was het daarvoor helaas nét iets te laat. Voortaan rijden wij dus altijd met zijn tweeën door de wasstraat waarbij één van ons met het afwasteiltje in de aanslag op de achterbank zit om het water op te vangen. Het lekken beperkt zich gelukkig tot één plek en wij zien er de humor er wel van in, al kan ik mij voorstellen dat het voor een hoop autoliefhebbers als een nachtmerrie klinkt.
Deze week moest ik terugdenken aan een andere variant van “De Wasstraat” die ik begin februari doorlopen heb, nl. die van 100 Talentvolle Vrouwen.  Dit alles vond plaats aan de Lange Amerikaweg 66, deze locatie was ter beschikking gesteld door Ultimate, hoe toepasselijk, naast Blinq Carwash. Een teiltje was daar niet nodig en ons busje kon gewoon buiten blijven staan.
In het kort gezegd kwam het erop neer dat je de losse programma onderdelen die al eerder aan bod waren geweest bij één van de workshops,  in een verkorte versie allemaal nogmaals doorliep, als soort van opfrisser.
In het “wasprogramma” zat o.a. een flitsgesprek met een recruiter over het CV. Na wat tips & trics en het zien van enkele voorbeelden uit de praktijk, was ik er al snel van overtuigd: mijn CV dat kon/moest beter!
Na wat kleine aanpassingen, ging een week later mijn nieuwe CV samen met 2 motivatiebrieven de deur uit. En het leuke was, ik geloofde er zelf ook weer (meer) in. Of het door de nieuwe opzet van mijn CV kwam zal ik nooit weten, maar de week erna mocht ik bij twee bedrijven langskomen voor een eerste gesprek. Nog geen uur na één van deze gesprekken, had ik zowaar een aanbieding voor een functie van 12 uur op zak. Wat zou het mooi zijn geweest als ik die uren had kunnen aanvullen met die van de andere vacature.  Helaas, een vervolg  bij het andere bedrijf  zat er niet in, maar met de door hen opgegeven reden kan ik prima verder:  ik had niet de voor de functie vereiste verkoopervaring maar met mijn brief en CV had ik mijzelf wél weten te verkopen en had ik ze dus nieuwsgierig gemaakt en hadden ze besloten mij uit te nodigen voor een gesprek. Ik beschouw het als een compliment dat ik zonder die verkoopervaring toch uitgenodigd werd, aan mijn stijl van schrijven verander ik voorlopig dus nog maar even niets.
Het bezoek aan ” De Wasstraat” van 100 Talentvolle Vrouwen, was in ieder geval goed aan mij besteed en zo vallen de stukjes van de puzzel steeds meer op hun plaats. Deze week hoop ik het contract te tekenen bij mijn favoriete bouwmarkt. De werkzaamheden zijn totaal anders dan wat ik hiervoor gedaan heb, maar ik heb er zin in! En al kom ik (nog) niet aan de uren die ik hiervoor altijd gewerkt heb, ik denk maar zo, “Wie het kleine niet eert…..”. Ik stel de plannen gewoon weer bij en ik ben vooral nieuwsgierig naar wat de toekomst mij gaat brengen. Typisch weer een gevalletje van plan-plan!

Just another day at the office

Een kleine maand geleden nam ik voor het eerst een kijkje achter de schermen bij Vluchtelingenwerk op de noodopvang in Apeldoorn. Helpende handen waren zeer welkom, er was nog genoeg te doen tot de dag van sluiting, eind februari. Op mijn fiets richting De Voorwaarts, merkte ik dat ik een beetje zenuwachtig was. Ik wist absoluut niet wat ik aan zou treffen. Een oud bericht in de media over een gevecht in de kantine, hielp niet echt mee. Dat merkte ik ook aan de goed bedoelde waarschuwingen die ik kreeg uit mijn omgeving. Na deze middag heb ik mij echter direct aangemeld.
Toen ik vandaag uit het raam van het kantoor keek, viel de regen met bakken uit de lucht. Waar eerder deze week nog mensen in de zon een praatje maakte, liep iedereen nu snel voorbij richting verwarmde zaal. Juist in deze omgeving is de zon meer dan welkom. Even vroeg ik mij af hoe ik mij hier in hun situatie zou voelen, redden.
Het denkbeeldige antwoord op die vraag, sterkt mij in mijn gevoel dat ik er goed aan doe hier te werken. De sfeer is goed, ik heb mij in ieder geval geen moment onveilig gevoeld.
Het mooie van deze job, is de teamspirit die ik iedere keer weer ervaar. Een klein team van vrijwilligers en vaste krachten zit hier met 1 gezamenlijke missie en dat voel je! Ik sloot ook vandaag weer met een lach op mijn gezicht mijn computer af, dankbaar dat ik mijn steentje op deze manier mag bijdragen. Het nieuws kan je verlammen, maar hier krijg ik energie, ik denk dat ik nog maar even blijf.

Schathemeltjerijk

“Hoe word je schathemeltjerijk” is een vraag die de Triodosbank ons via de tv reclame stelt. Ik vind het persoonlijk wel een mooie reclame, met antwoorden die je aan het denken zetten, zoals:
Dirco te Voortwis, boer:
“Rijk worden is meer het verkleinen van je hebzucht dan het vergroten van je bezit.”
Of wat te denken van:
Douglas Rushkoff, filosoof uit New York:
“Rijk word je, als je andere mensen ook rijk maakt.
Terwijl in een ander reclameblok de Staatsloterij ons aan het eind van 2015 nog over de streep probeerde te trekken om toch vooral nog even een eindejaarslot te kopen voor een slordige 30 euro. Want wie wil er nou niet als miljonair 2016 in gaan?
Twee totaal van elkaar verschillende reclame’s die over “rijkdom” gaan. Misschien vind je het vreemd, maar die van de Triodosbank spreekt mij toch het meest aan.
Afgelopen kerst voelde ik mij de koning te rijk, toen ik met mijn gezin in het vliegtuig stapte richting Londen. Vliegen blijf ik iets magisch vinden, het uitzicht boven de wolken geeft mij het gevoel dat ik leef, dit gevoel te mogen beleven samen met mijn gezin, is voor mij pure rijkdom. Family time, daar kan niets tegen op.
De drukke winkelstraten hebben we zoveel mogelijk links laten liggen. Echter, op Boxing Day na het kijken van de voetbalwedstrijd van Tottenham tegen Norwich, besloten we nog even te gaan kijken naar de kerstverlichting in het winkelgebied. En ik kan niet anders zeggen dan dat het er prachtig uitzag, maar tegelijkertijd word je je ook bewust van de enorme pracht en praal en de uitwerking hiervan op de mensen. “Shop till you drop”, was hier duidelijk het thema van heel veel bezoekers. Schril contrast met de 7500 daklozen die er momenteel in Londen zijn.
We waren er eigenlijk nog maar net, toen er opeens vanuit het niets paniek uitbrak en de mensen op straat massaal onze kant op kwamen rennen. Ik moest gelijk aan de aanslag in Parijs denken en begon instinctief te rennen. Na enkele meters neemt het verstand het weer van de paniek over en kijk je om je heen waar de rest is gebleven. Gelukkig hadden we elkaar weer snel gevonden. Het is ons niet duidelijk geworden wat de aanleiding hiervoor was, maar eng was het zeker. De Londense “Koopgoot” hebben we vervolgens gelaten voor wat het was, anderen sloten zich alsof er niets gebeurd was, weer aan in de rij voor de kassa “koopjes”.
Een dag later gingen we weer richting huis, en gisteren sloot ik 2015 af door vanaf de bank het nieuwe jaar in te springen (oude overgenomen familie traditie).
Begin 2015 raakte ik mijn baan kwijt, nu een jaar later kan ik ondanks het ontbreken van een nieuwe betaalde baan gelukkig zeggen dat ik mij in 2015 toch heel vaak “rijk” heb gevoeld.
Volgende week begin ik als vrijwilliger bij de noodopvang van vluchtelingen in Apeldoorn. Ik verwacht dat het intensief en confronterend zal zijn, maar ik heb er ontzettend veel zin in.
Onlangs ben ik naar een introductiedag van de mannen van “365 dagen succesvol” geweest. Een van de vragen die zij je stellen is:  “Leef je het plan van een ander of je eigen plan?” Ik vind deze vraag eigenlijk wel mooi aansluiten bij de domeinnaam die ik halverwege 2015 heb vastgelegd, “plan-plan”.
Een aantal plannen heb ik inmiddels uitgevoerd, anderen liggen nog op de plank, die heb ik meeverhuisd naar 2016. Ik ben er weer klaar voor. Nieuwe ronde, nieuwe kansen. Bij deze wens ik iedereen een gelukkig 2016 en een rijkdom die niet in geld is uit te drukken!

 

Stevig in het zadel

Een leven zonder sport? Ik kan mij er eerlijk gezegd niets bij voorstellen. Mensen associëren mij vaak met sport, hoe vaak heb ik (vooral vroeger) wel niet gehoord “Jij bent toch die volleybalster?” Gelukkig ben/kan ik wel meer dan dat.
Zondagmorgen, de wekker gaat. Eigenlijk wil ik mij nog een keer omdraaien. Maar manlief krijgt mij toch zo ver dat ik opsta en een kwartier later schuif ik in mijn fietstenue aan bij het ontbijt. Vanaf het moment dat ik mijn sportpak aan heb, gebeurt er iets met me. Een vreemd soort energie maakt zich van mij meester, ik krijg zin om mij in het zweet te werken. Work that body!
Eenmaal op de spinning fiets verschijnen vanzelf de beelden van de Mont Ventoux in mijn hoofd. Op de beat van de muziek en de aanmoedigingen van de trainster, voelt het alsof we bezig zijn met de laatste km’s richting top. Ze geeft het tempo aan, “tjak ,tjak ,tjak” en in een zwaar verzet, gaan we op de pedalen staan, “tjak, tjak, tjak”, nog even doorbijten. Wat is dat toch, dat die berg iedere keer weer in mijn hoofd zit, zodra ik op die spinning fiets stap?
De harde muziek zorgt er tevens voor dat ik even flink wat jaren terugga in de tijd en met mijn gedachten in de Dynamohal beland. In de tachtiger jaren vulde ik mijn dagen voornamelijk met volleybal. Mijn bed stond nog net niet in de sporthal, maar het scheelde niet veel. Voor de wedstrijd had ik altijd een soort van ritueel. Ik trok het liefst zo vroeg mogelijk mijn sporttenue al aan, een prima manier om lekker in de stemming te komen. Langzaam de spanning opbouwen voor de match van die dag. Met muziek warmdraaien, daarna kon het feest beginnen. Muziek en sport, ik vind het sindsdien een heerlijke combinatie. Al moet ik er tijdens het hardlopen in het bos juist weer niet aan denken.
“Tjak ,tjak, tjak” klinkt het weer in de spinning zaal en even later kom ik in gedachten aan op de top van “De Kale Berg”. En terwijl de benen verzuren en het zweet van mijn voorhoofd gutst, realiseer ik mij, dat ik eigenlijk niet zonder sport kan. Dat “sportbeest” in mij, zal het ooit inkakken? Ik weet niet beter dan dat het altijd op volle kracht vooruit wil en gaat.  Dammen, schaken, darts, het zijn van die sporten die ik denk ik nooit ga begrijpen, want dat beetje dood gaan in je sport, I like it! Noem het overdreven, noem het fanatiek, maar mensen die het herkennen, snappen het. En ach, wat is er eigenlijk mis mee? Zolang mijn lijf het kan en ik het leuk vind, zal ik het zeker blijven doen. Zoveel mensen die het graag zouden willen doen, maar het niet (meer) kunnen.
En terwijl ik mij dat bedenk besluit ik dat het tijd wordt om mij als donor te registreren, want als ik er niet meer ben, gun ik iemand anders dat hart dat energie voor 10 heeft. Ik heb mij deze week eindelijk geregistreerd als donor, het blijft een eng idee, maar het goede gevoel overheerst. En voorlopig hoop ik nog heel lang stevig in het (sport)zadel te mogen blijven zitten.

 

Een voorzichtige start

Deze week hoorde ik op tv iemand zeggen:  “Wat zeg jij later tegen je (klein)kinderen als ze je vragen: wat deed jij in 2015 toen er duizenden mensen op de vlucht gingen en zich massaal in ons land melden?”

Met het invullen van mijn eigen antwoord op deze vraag, ben ik vandaag actief begonnen. Om 10.00 uur heb ik mij gemeld in het centrale magazijn van het Rode Kruis, hier aan de Kraaiweg in Apeldoorn. Midden in een woonwijk en als je niet weet dat het er zit, fiets je er zo langs. We worden ontvangen met een kop koffie en het wordt ons al snel duidelijk dat hier iedere dag heel hard gewerkt wordt door een vast team aangevuld met vrijwilligers. Geen dag is hier hetzelfde. Afhankelijk van de ontwikkelingen in “de bijzondere wereld van de opvanglocaties”,  worden er spullen gesorteerd, gecontroleerd, tijdelijk opgeslagen, schoongemaakt etc. etc. Vandaag moet een partij met veldbedden die elders in het land vrij zijn gekomen, worden gecontroleerd. Zijn ze nog heel, missen er onderdelen die vervangen kunnen worden of zijn ze inmiddels al zo vaak gebruikt dat ze kapot zijn gegaan en afgevoerd moeten worden.
Bedden worden sowieso na het gebruik eerst gedesinfecteerd, vanwege de schurft die op de loer ligt. De dekens en kussens worden na gebruik vernietigd. Bedden moeten 1 voor 1  uit hun hoes worden gehaald, uitgeklapt, gecontroleerd op scheuren, ontbrekende onderdelen etc. en bij goedkeuring weer in de zak teruggedaan om ze vervolgens per 25 op een rek te plaatsen. Hierna wordt dit nog aangevuld met 25 (wegwerp) kussens, dekens, en hygiëne sets.

Met zo’n 12 vrijwilligers gaan we aan de slag. Een enkeling is al eerder geweest, meeste zijn net als ik voor het eerst. Jong, oud, man, vrouw, Nederlanders en 1 Syriër. De Syrische man is hier vorig jaar in Nederland aangekomen en woont nu sinds februari in Apeldoorn. Ik vraag mij af welke weg hij heeft afgelegd om hier te komen. Hij krijgt complimenten over zijn Nederlands. Hij vertelt dat hij destijds 15 dagen op een boot in zee heeft gedreven. Ik vraag mij af in hoeverre hij zijn eigen vlucht weer keer op keer herleeft, wat doet het met je als je 15 dagen op zee hebt gedobberd, dat moet toch heel angstig zijn geweest, droom je daar nog over s’nachts? Nee, daar heeft hij geen last van, de situatie in Syrië, dat is veel en veel erger, daar hebben wij geen weet van. De beelden die je op tv ziet, vertellen nog lang niet het hele verhaal. Zijn ogen spreken boekdelen en ik geloof hem.

En zo werken we door, ieder met zijn eigen gedachten, ieder met zijn eigen reden om dit te doen. Vele handen maken licht werk en na 2 uur staan de spullen klaar voor transport. Op naar een van de vele opvanglocatie’s. En zo gaat het hier en elders in het land, dus dag in dag uit. Een ding weet ik zeker, de volgende keer dat ik een oproep krijg om mee te helpen, meld ik mij weer.